Free Web Hosting : Free Hosting : Report Abuse : Low APR Credit Card  


This is a basic vocabulary list Dutch-Norwegian, for my students as well as for anyone who might be interested.

Dit is een lijst met basiswoordenschat Nederlands-Noors, voor mijn studenten en voor iedereen die erin geïnteresseerd is.


aan de andere kant = på den andre siden
aan het begin van = på begynnelsen av
aan tafel gaan = gå til bords
aanbevelen = anbefale
aangenaam = hyggelig
aangetekende brief = rekommandert brev
aangeven = skyrte
aangezien ... betekent dit dat ... = siden ..., så betyr dette at ...
aanhanger = tilhenger, en
aankomen [2] = ankomme, komme til
aankomst [2] = ankomst, en, innreise, en
aannemen, nam aan, aangenomen = motta, mottok, mottatt
aanplakbiljet = plakat, en
aansteker = lighter, en
aantrekkelijk = tiltrekkende
aantrekken = kle på seg
aanval [mv] = angrep, et [to angrep]
aanzetten = slå på
aardappel = potet, en
aardbei = jordbær, et
aarde = jord, et
aardig = snill
aas = agn, et
abrikoos = aprikos, en
achter = bak
achteraf = i etterkant
achternaam = etternavn, et
achterlichten = baklys
adder = huggorm, en
ademen = puste
adres = adresse, en
af, vanaf = av [2]
af en toe = av og til
afbreken, brak af, afgebroken = avbryte, avbrøt, avbrutt
afdeling, coupé = kupé, en
afdrogen = tørke
affiche = plakat, en
afgelopen, verleden = sist [2]
afranselen = jule opp
afschuwelijk = fæl
afslaan = svinge
afspraak = avtale, en
afstandsbediening = fjernkontroll, en
afval = søppel, en
afvalwater = kloakk, en
afwasmiddel = oppvaskmiddel
afwassen = vaske opp
ajuus, doei = adjø, ha det
akker = åker, en
aktetas = dokumentmappe, en
al = allerede
al naargelang, afhankelijk van = avhengig av [2]
al naargelang = ettersom
al naargelang of = alt etter om
alcohol = alkohol, en
alcoholisch drankje = drink, en
algemeen = allmen
alhoewel [2] = selvom, enskøjnt
alle = alle
allerlei = alle slags
alles = alt
alleen = alene
alleen, maar, enkel = bare [3]
als (vergelijking) = som
als [3] = når, om, hvis
alsof = som om
altijd = alltid
ambassade = ambassade, en
ambtenaar, kantoorbediende = funksjonær, en [2]
Amerikaan = amerikaner, en
ander(e) [2] = annen, andre
anders [2] = ellers, annet
anorak = anorakk, en
ansichtkaart = postkort, et
antiquariaat = antikvitetshandel, en
antivries = frysevæske, en
antwoorden, antwoordde, geantwoord [reg] = svare, svarte, svart
apart = adskilt
aperitief = aperitiff, en
apotheek = apotek, et
appartement = leilighet, en
appel = epple, et
arm = arm, en
arm (niet rijk) = fattig
armband = armbånd, et
asbak = askebeger, et
aspirine = aspirin, en
attest = attest, en
auto = bil, en
autoband [2] = bildekk, et, dekk, et
automatisch = automatisk
autopapieren = bilpapirer
autoweg = motorvei, en
avond [2] = aften, en, kveld, en
avondeten [2] = aftens, kveldsmat
azijn = eddik, en
baard = skjegg, et
bad [2] = bad, et, badekar, et
baden [2] = bade, ta et bad
badkamer [2] = bad, et, badeværelse, et
badpak = badedrakt, en
bagagedepot = oppbevaring, en
bagagerek = bagasjehylle, en
bagageruimte = bagasjerom, met
bakken = bake
bakker = baker, en
bal = ball, en
balkon = balkong, en
balpen = kulepenn, en
banaan = banan, en
band = bånd, et
bang (zijn) = (være) redd
bank (geld) = bank, en
bankautomaat = minibank, en
bankbiljet = pengeseddel, en
bar = bar, en
barbecuen = grille
batterij = batteri, et
bed = seng, en
bed opmaken = re opp
bedankt voor het eten = takk for maten
bedankt voor je hulp = takk for hjelpen
bedankt voor laatst = takk for sist
bedelen = tigge
bedlinnen, beddengoed [2] = sengetøy, et
bedoelen, menen = synes [2]
bedovertrek = dynetrekk, et
bedriegen [2] = juske, lure
beduidend, in niet onbelangrijke mate = betydelig
beek = bekk, en
been = ben, en
been, bot = bein, et [2]
beenhouwer = kjøttforretning, en
beet door dier = bitt, et
begerig = grådig
beginnen, begon, begonnen [reg] = begynne, begynte, begynt
begrijp je = forstår du
begrijpen = skjønne
beha = behå, en
behoren tot = tilhøre
beide = begge
beige = beige
beinvloeden = påvirke
beker = beger, en
bekijken = se på
bel = klokke, en
belachelijk = latterlig
belangrijk = viktig
belastingvrij = tollfri
beledigen = fornærme
beleefd = høflig
belegde boterham = smørbrød, et
Belg(ische) = belgier, en
Belgisch = belgisk
bellen = ringe
beloven = love
bemanning = mannskap, et
beneden = nede
benevens = ved siden av
benutten = utnytte
benzine = bensin, en
benzinestation = bensinstasjon, en
berg [2] = fjell, et, berg, et
beroemd = berømt
beroemd persoon = kjendis, en
beroep = yrke, et
bes = bær, et
bescheiden = beskjeden
beschuit = kjeks, en
beslissen = bestemme seg
bestaat uit, is opgebouwd uit = er bygget opp rundt
bestellen [2] = bestille, tinge
betalen = betale
betaling = betaling, et
betekenen = bety
beter dan = bedre enn
beter gezegd = en rettere sagt
bevallen, leuk vinden = like [2]
bevelen = befale
bevriezen, bevroor, bevrozen = fryse, frøs, frosset
bewaker = vakt, en
bewegen = bevege
bewijs = bevis, et
bewijzen = bevise
bezig, bezet [2] = opptatt
bezitten = eie
bezoek [mv] = besøk, et [to besøk]
bezoeken = besøke
bezoeker, gast = gjest, en
bibliotheek = bibliotek, et
bidden = be
biefstuk = biff, en
bier = øl, et
bij = hos
bij (insect) = bie, en
bijl = øks, en
bijna = nesten
bijten = bite
bijvoorbeeld = for eksempel
bijzonder = særlig
binden, bond, gebonden = binde, bandt, bundet
binnen = inne
binnen twee dagen = innen to dager
binnenin het huis = inne i huset
binnenkomen = gå inn
bioscoop = kino, en
bitter = bitter
blaar = blemme, en
blad = blad, et
blauw = blå
blauwe plek = blått merke
bleek = blek
bleekmiddel = blekemiddel, et
blijven = forbli
blikje = boks, en
blikopener = bokseåpner, en
bliksemen = lyne
blind = blind
blocnote = notisbok, en
bloed = blod, et
bloeden = blø
bloem (plant) = blomst, en
bloem (meel) = mel, et
bloemkool = blomkål, en
blouse = bluse, en
blut = blakk
bodem = bunn, en
boek [mv] = bok, en [to bøker]
boekwinkel = bokhandel, en
boer [mv] = bonde, en [to bønder]
boerderij= bondegård, en, gård, en, gard, en
bol [2] = kule,en, ball, en
bonbon = konfekt, en
bonen = bønner
bont = broket
boodschap = beskjed, en
boodschappen doen = kjøpe inn
boom [mv] = tre, et [to trær]
boos = sint
boot = båt, en
bord (eet-) = tallerken, en
bord (plaat) = skilt, et
borduren = brodere
borduursel = broderi, et
borrel [2] = dram, en, knert, en
borst = bryst, et
borstel = børste, en
borstelen = børste
borstkas = brystkasse, en
bos = skog, en
bosbessen = blbær
boter = smør, et
boterham = smørbrød, et
bougie = tennplugg, en
bout = bolt, en
bouwen = bygge
boven = oppe
braden = steike
braken = spy
brand = brann, en
brandblusapparaat = brannslukningsapparat,et
brandwonde = brannsår, et
breed = bred
breekbaar, broos = skjør [2]
brei = grøt, en
breien = strikke
breken met, brak met, gebroken met = bryte med, brøt med, brutt med
brengen, bracht, gebracht = bringe, brakte, brakt
bretels = seler
brief = brev, et
briefje, biljet (alg.) = seddel, en [2]
brievenbus = postkasse, en
brochure = brosjyre, en
broek = bukse, en
broer [mv] = bror, en [to brødre]
bromfiets = moped, en
bron = kilde, en
brood = brød, et
broodje = rundstykke, et
brug = bru, en
bruin = brun
brutaal = frekk
buigzaam = bøyellg
buik = mage, en
buiten = ute
naar buiten = ut
buitenlands = utenlands
bureau = byrå, et
burgerlijke staat = familieforhold, et
bus = buss, en
busstation = buss-stasjon, en
buurman = nabo, en
café = kafé, en
caravan = campingvogn, en
carburator = forgasser, en
cassette = kassett, en
centrum = sentrum
chauffeur = sjøfår, en
chef = sjef, en
cheque = sjekk, en
chips = pommes frites
chokolade = sjokolade, en
cirkel, kring = sirkel, en [2]
citroen = sitron, en
club, societeit [2] = klubb, en
cognac = konjakk, en
comfortabel = behagelig
concert = konsert, en
condoom = kondom, et
conducteur = konduktør, en
constipatie = treg avføring
consulaat = konsulat, et
contactlenzen = kontaktlinser
contant betalen = betale kontant
contract = kontrakt, en
corridor, gang [2] = korridor, en
cosmetica = kosmetikk, en
daar, ginder [2] = der, derborte [2]
daarentegen = derimot
daarginds = der borte
daarmee = så
dag = dag, en
dagboek = dagbok, en
dak = tak, et
dal = dal, en
dames [2] = damer, kvinner
damesjas, mantel [2] = kåpe, en
damestoilet = damestoalett, et
dank u, bedankt = takk [2]
dansen, danste, gedanst [reg] = danse, danset, danset
das = slips, et
dat (voegwoord) = at
dat (aanwijzend voornaamwoord) [2] = det, dette
dat (betrekkelijk voornaamwoord) = som
dat heeft niks met ... te maken = det har ingenting med ... å gjøre
dat is niet het geval = dette er ikke tilfelle
dat is niet te vermijden dat = det blir ikke till å unngå at
dat is zo slecht nog niet = det er ikke så ille
dat wil zeggen (dwz) dat = Dette vil si (dvs) at
datum = dato, en
de ergste valkuilen vermijden = styre unna de verste fallgrubene
de mist trekt op = tåka letner
de volgende dag = neste dag
deeg = deig, en
deel = del, en
deelstaat = delstat, en
deken [2] = teppe, et, sengeteppe, et
delen = dele
denken = tenke på
desalniettemin [2] = likevel, allikevel
deur = dør, en
deze = den
dezelfde = samme
dialtone = summetone
dicht = tett
dichtbij, meer dichtbij, dichtstbij = nær, nærmere, nærmest
dichtstbij = nærmeste
die op hun beurt weer bestaan uit = som igjen er satt sammen til
dienstregeling = kjøreplan, en
diep = dyp
dier = dyr, et
dik [2] = tykk, fet
ding [mv] = ting, en [to ting]
dinsdag = tirsdag
dit geldt ook voor = Så også med
dit jaar = i år
dochter [mv] = datter, en [to døtre]
doek = tøy, et
doen, maken [2] [reg] = lage, gjøre, gjorde, gjort [2]
dokter = lege, en
dom, stom = sløv [2]
donderdag = torsdag
donker = mørk
dood = død
doof = døv
doofstom = døvstum
door = gjennom
door een rood licht rijden = kjøre på rødt lys
doorzichtig = gjennomsiktig
doosje = eske, en
dor = tørr
dorp [2] = grend, en, landsby, en
dorst = tørst, en
dorstig = tørst
douane = toll, en
douche = dusj, en
douchen = dusje
draad = tråd, en
draagtas [2] = bærebag, bærepose, en
draaien = snu
dragen, droeg, gedragen (iets) = bære, bar, båret
dragen (kleding) = ha på seg
drager, kuier [2] = bærer, en
drank = drikk, en
drijven, dreef, gedreven = drive, drev, drevet
dringend = det haster
drinken, dronk, gedronken = drikke, drakk, drukket
drinkwater = drikkevann, et
driver = driver, en
drogen = tørr
dromen, droomde, gedroomt [reg] = drømme, drømte, drømt
dronken [2]= full, drukken
dronkenschap [2] = fyll, drukkenskap
droog = tørr
druiven = druer
druppel = dråpe, en
duidelijk [2] = tydelig, klart
duiken [2] = dykke, stupe
duikplank = stupebrett, et
duim = tommel, en
duister = skummel
Duits = tysk
Duitser = tysker
Duitsland = Tyskland
duivels (letterlijk), enorm (figuurlijk) = jævlig
dun, mager = tynn [2]
durven, ik durf = tørre, jeg tør
duur = dyr
duwen = skyve
dwars = tvers
dwingen = tvinge
echt = ekte
echtgenoot = mann,en
echtgenote [2] = kone, en, frue, en
een auto besturen = å kjøre bil
een brief schrijven = å skrive brev
een grote vooruitgang = en stort fremskritt
een of andere = en eller annen
een uur geleden = for en time siden
eend [mv] = and, en [to ender]
eender wie = noen som helst
eenpersoonskamer = enkeltrom, met
eens = engang
eenvoudig, enkel [2] = enkel, simpel [2]
eenvoudig, simpel [2] = grei, lettvint [2]
eenzaam = ensom
eerder integendeel = snarere tvert imot
eergisteren = i forgårs
eerlijk = ærlig
eerst en vooral = først og fremst
eerste = først
eerste klas = første klasse, en
eerste verdieping = første etasje
eet smakelijk = velbekomme
eetkamer = spisestue, en
eetlust = appetitt, en
ei = egg, et [to egg]
eigen = egen
eiland [2] = øy, et, øya, et
einde = slutt, en
eindelijk = endelig
elastiek(je) [2] = strikk, en, elastisk
elektriciteit = elektrisitet, en
elektriciteitsmeter = lysmåler, en
elleboog = albue, en
ellendige schurk = elendige kjeltring
elk, ieder = hver [2]
elleboog = albue, en
ellendig = elendig
emmer = bøtte, en
en = og
enerzijds = på den ene side
enig, alleen = eneste [2]
enige, enkele = noen [2]
eng, griezelig = nifs [2]
Engeland = England
Engels = engelsk
Engelse sleutel = skiftenøkkel, en
enkel (lichaamsdeel) = ankel, en
envelop = konvolutt, en
er dieper op ingaan = gå i dybden
er hangt een dikke mist = det er tett tåke
er is = det finnes
er is iemand daar = det er noen der
erbarmelijk = ussel
ervaring = erfaring
ergens [2] = noensteds, et eller annet sted
zich ergeren aan = ergre seg over
ermee beginnen = setter i gang
ernstig = alvorlig
eromheen = omkring
erwten = erter
eten [2] [reg] = spise, spiste, spist, ete
eten, voedsel = mat, et [2]
etiket = merkelappe, en
even, net = nettopp [2]
familie = familie, en
familielid = familiemedlem, met
fauteuil = lenestol, en
feestdag = en festdag
felicitatie = gratulasjon, en
fiets [2] = hjul, et, sykkel, en
fijn = fin
fijngevoelig, nauwkeurig = følsom
film = film, en
filmster = filstjerne, en
filter = filter, et
fjord = fjord, en
flash (camera) = blitz, en
flauwvallen = besvime
fles = flaske, en
flesopener = flaskeåpner, en
fleskurk = flaskekork, en
fopspeen [2] = narresmokk, en, smokk, en
forel = ørret
formulier [2] = blankett, en, skjema, et
fornuis = komfyr, en
foto [2] = foto, fotografi
fout [2] [mv] = feil, en [to feil], gal
Frankrijk = Frankrike
Frans = fransk
fris = fersk
fruit = frukt, en
fruitsap = fruktsaft, en
ga weg [2] = gå vekk, vorsvinn
gaaf, tof = kjempeflott [2]
gaan, ging, gegaan = gå, gikk, gått
gat = hull, et
garage (aan huis) = garasje, en
garage (reparatie) = bilverksted, et
garnalen = reker
gaspedaal = gasspedal, en
gaan slapen = gå til sengs
gauw = snart
gebak, taart = kake, en [2]
gebeuren, gebeurde, gebeurt = hende, hendte, hendt
geboren = født
gebouw = bygning, en
gebraden = stekt
gebreide spullen = strikkevarer
gebroken [2] = brukken, brukket
gebruik = bruk, en
gebruiksvriendelijkheid = brukervennlighet, en
gebruikt = brukt
gecompliceerd = komplisert
geduld = tålmodighet
geduldig = tålmodig
gedurende = i løpet av
geef het hem = gi det til ham
geeft niks = ingen årsak
geel = gul
geen = ingen
geen ervan = ingen av dem
geen flauw idee = aner ikke
geen probleem = ingen årsak
geheim = hemmelig
geheugenkaart = minnekort, et
gehuwd = gift
geit = geit, en
gek, gestoord = galen [2]
gekookt = kokt
gelach = latter, en
geld = penger [mv]
gelden = gjelde
geldig = gyldig
gelegenheid [mv] = høve, et [to høve]
gelijk deze = lik denne
geloven = tro
geluk [2] = hell, et, lykke, en
gelukkig = lykkelig
gelukkig nieuwjaar = godt nyttår
gelukkige pinksteren = god pinse
gelukkige verjaardag = gratulerer med dagen
gemakkelijk [2] = lett, lettvint
gemeen = gemen
gemeen, smerig = stygg
gemeentehuis = rådhus, et
gemengd = blandet
genieten, genoot, genoten = nyte, naut, nytt
genoeg = nok
gereed = klar
gereedschap = verktøy, et
gescheiden = skilt
geschenk, cadeau [2] = presang, en, gave, en
geschiedenis, verhaal = historie, en [2]
geschikt = skikket
geschikt zijn voor = egner seg for
geslacht = kjønn, et
gesloten = lukket
gesprek = samtale, en
getrouwd = gift
gevaarlig = farlig
gevangenis = fengsel, et
geven, gaf, gegeven = gi, gav, gitt
gevoelig = følsom
geweer [2] = gevær, et, rifle, en
geweldig = veldig
gewoon = vanlig
gewoonlijk = vanligvis
gezagvoerder = flykaptein, en
gezellig = hyggelig
gezelschap = selskap, et
gezicht [2] = ansikt, et, utsikt, et
gezond [2] = frisk, sunn
gids (boek) = guidebok, en
gierig = gjerrig
gieten = helle
gisteravond = i går aftes
gisteren = i går
gitaar = gitar, en
glad [2] = sleip, glatt
glas = glass, et
gletsjer [3] = bre, en, isbre, en, jøkkel, en
glimlachen, glimlachte, geglimlacht [reg] = smile, smilte, smilt
gloeilamp = lyspære, en
godsdienst = religion, en
goed, beter, best = god, bedre, best
goede vrijdag = langfredag
goedkoop = billig
goeiedag = god dag
goeiemorgen = god morgen
goeienacht = god natt
goeienavond = god kveld
golf = bølge, en
gom = viskelær, et
gooien, werpen [2] = kaste, hive [2]
gootsteen = vask, en
gordijn = gardin, en
goud = gull, et
goudsmid = gullsmed, en
graag = gjerne
graag gedaan = takk det samme
grammofoon [2] = grammofon, en, platespiller, en
grap = spøk, en
grappig, leuk = morsom [2]
gras [2] = gress, et, grass, et
grasveld = plen, en
gratis = gratis
graven = grave
grens = grense, en
griep = influensa, en
grijpen, greep, gegreven = gripe, greip, grepet
grijs = grå
groeien = gro
groen = grønn
groente = grønsaker [mv]
groeten = hilse
grof, lomp = klosset [2]
grond = gulv, et
grondzeil van tent =teltunderlag, et
groot, groter, grootst = stor, større, størst
grot [2] = hule, en, grotte, en
haar = hår
haardroger = hårtørrer, en
haarspray = hårlakk, en
haas = hare, en
haast = hastverk
haasten, zich = skynde seg
halen = hente
halfpension = halvpensjon
hallo, hoj = hei [2]
hallo lui = hei karer
hals = hals, en
halsband [2] = halskjede, en, halsbånd, et
halte = stoppested, et
ham = skinke, en
hamer = hammer, en
hand [mv] = hånd, en [to hender]
handdoek [2] [mv] = håndkle, et [to håndklær], håndduk, en
handelen = handle
handig = flink
handleiding = brukerhåndbok, en
handrem = håndbremse, en
handschoen = hanske, en
handtas(je) = håndveske, en
handtekening = underskrift, en
handvat = håndtak, et
hangen, hing, gehangen = henge, hang, hengt
hangmat = hengekøye, en
hangslot = hengelås, en
hard = hard
haring [mv] = sild, en [to ild]
hart = hjerte, et
hartelijk dank [2] = mange takk, takk skal du ha
hartinfarct = hjerteinnfarkt, et
haven = havn, en
hebben, had, gehad = ha, hadde, hatt
hedendaags = dagens
heel = uskadd
heet = het
heilig = hellig
hek = gjerde, et
helemaal = helt
helling = bakke, en
helm = hjelm, en
helpen, hielp, geholpen = hjelpe, hjalp, hjulpet
hemd = skjorte, en
hemel = himmel, en
hengel = fiskestang, en
herentoilet = herretoalett, et
herfst = høst, en
herhalen = gjenta
herinneren = huske
herkennen [3] = innrømme, gjenkjenne, anerkjenne
het bliksemt = det lysner
het dondert = det tordner
het druk hebben = ha det travelt
het gaat stormen = det blir storm
het hagelt = det hagler
het is gestolen den er blitt stjålen
het is koud = det er kaldt
het is te zeggen = det vil si (dvs)
het regent = det regner
het sneeuwt = det snør
het wordt laat = det beginner å bli sent
het ziet er niet naar uit dat = det ser ikke ut til at
het zou lang kunnen duren voordat ... = det vil kunne gå lang tid før ...
heten, heette, geheten = hete, heit, hett
heuvel = haug, en
hiel = hæl, en
hier = her
hierheen = hit
hij = han
hobby = hobby, en
hoe = hvordan
hoe ... des te ... = jo ... desto ...
hoe laat is het [2] = hvor mye er klokken, hva er klokken
hoe lang = hvor lenge
hoed = hatt, en
hoek [2] [mv] = krå, et [to krær], hjørne, et
hoer = skjøge, en
hoesten = hoste
hoeveel kost het = hva koster det
hoeveelheid = = mengde, en
hoewel [2] = enda, skjønt
hond [2] = bikkje, en, hund, en
de honger stillen = stille sulten
hongerig = sulten
honing = honning, en
hoofd = hode, et
hoofd- = hoved-
hoofddeksel = hodeplagg, et
hoofdpijn = hodepine, en
hoog = høy
hoogvlakte = vidde, en
hooikoorts = høysnue, en
hoorn = horn, et
hopen = håpe
horen, hoorde, gehoord [reg] = høre, hørte, hørt
horloge = klokke, en
hou je bek = hold tåta
houden, hield, gehouden = holde, holdt, holdt
houden van = elske
hout [2] = tre, et, trevare, en
huid = hud, en
huilen, huilde, gehuild = gråte, gråt, grått
huis = hus, et
huisvrouw = husmor, en
hulp = hjelp, en
humeur = humør, et
huren = leie
hut [2] = hatt, en, hytte, en
huwelijk = bryllup, et
huwelijksreis = bryllupsreise, en
ieder, elk = hver [2]
iedereen = alle
iemand = noen
iemand anders = noen annen
iets = noe
iets anders = noe annet
ijs = is, en
ijslolly = ispinne, en
ijverig, vlijtig = flittig [2]
ijzer = jern, et
ijzerwinkel = jernvarehandel, en
ik = jeg
ik begrijp het niet = jeg forstår ikke
ik ben moe = jeg er trett
ik denk aan iets = jeg tenker på noe
ik geloof in = jeg tror på
ik heb dorst = jeg er tørst
ik heb geld nodig = jeg trenger penger
ik heb haast = jeg har hastverk
ik heb het koud = jeg fryser
ik heb honger = jeg er sulten
ik heb motorpech [2] = bilen har gått i stykker, motoren er i ustand
ik kom uit = jeg kommer fra
ik versta het niet = forstår ikke
ik voel me slecht = jeg føler meg dårlig
ik weet het niet = jeg vet ikke
ik werd geboren = jeg var født
in = i
indien nodig = i nødsfall
ingesteld = nedlagt
in de praktijk = i praksis
in de rij staan = stå i kø
in het algemeen = i alminnelighet
in het bijzonder = i særdeleshet
in het Frans = på fransk
in het hotel = på hotellet
in ieder geval = i alle fall
in ontvangst nemen = tar i mot
in plaats van = istedenfor
in slaap vallen = sovne
in staat zijn om = være i stand til
in tegenstelling tot = i motsetning til
in vergelijking met = i sammenlikning med
inbreker = innbruddstyv, en
indien = hvis
indigestie = dårlig fordøyelse
inenting = vaksinasjon, en
infectie = infeksjon, en
informatie = informasjon, en
ingang = inngang, en
ingenieur = ingeniør, en
inhalen [2] = innhente, kjøre forbi
inham [2] = bukt, en, vik, en
injectie = sprøyte, en
inkt = blekk, et
inlichtingen = opplysninger
innerlijk(e) = indre
insect = insekt, et
inspanning = anstrengelse
instappen [2] = stige inn, gå på
interessant = interessant
invalide [2] = invalid, funksjonshemmet
inzien, realiseren = skjønne [2]
is dat duidelijk [2] = er det tydelig, der det klart
is deze van u = er denne din/Deres
is gesloten = er stengt
is het ver = er det langt borte
ja = ja
jawel = ja vel
jaar = år, et
jaloers = sjalu
afgunstig = misunnelig
jam = syltetøy, et
jammer = det var synd
jas, mantel [2] = frakk, en [2], jakke, en
jeans [2] = dongeribukse, en, olabukse, en
jeugdherberg = ungdomsherberg, et
jeuk = kløe, en
jeuken = klø
jij = du
jij domkop = din tosk
jij lomperik = din snik
jij slapjanus = din slask
jij schoft = din fillebikkje
jij klootzak = din rauv
joggen = jogge
jong, jonger, jongst = ung, yngre, yungst
jongen = gutt, en
juffrouw = frøken
juist = riktig
juist aangekomen = nettopp ankommet
jullie = dere
jurk = kjole, en
juwelen = juveler
kaai = kai, en
kaars = stearinlys, et
kaart = kort, et
kaartje (trein) = billett, en
kaartjesloket = billetkontor, et
kaartspel = kortstokk, en
kaas = ost, en
kabel = ledning, en
kabelbaan = taubane, en
kale berg = fjell, et
kalfsvlees = kalvekjøtt, et
kalmeer je = slapp av
kam = kam, men
kammen = greie
kamer [2] = værelse, et, rom, met
kamermeisje = værelsespike, en
kamers te huur [2] = ledige rom, rom til leie
kampeerplaats = campingplass, en
kanker = kreft
kano = kano, en
kant, zijde = side, en [2]
kantoor = kontor, et
kantoor voor gevonden voorwerpen = hittegodskontor, et
kapot = i stykker
kapper = frisør, en
kapsel = hårfasong, en
karbonade, kotelet = kotelett, en
kast = skap, et
kasteel = slott, et
kat = katt, en
kathedraal = katedral, en
katoen = bomull, en
kauwgum = tyggegummi, en
keel = strupe, en
kelder = kjeller, et
kelner, ober [2] = kelner, en
kennen = kjenne
kennis = kunnskap
kerk [2] = kirke, en
kerkhof = kirkegård, en
kermis = tivoli, et
kerrie = karri, en
kers = kirsebær, et
kerstavond = julaften
kerstmis = jul, en
ketel = kjele, en
ketting = kjede, et
keuken = kjøkken, et
keuvelen = snøvle
keuze = valg, et
kiezen, koos, gekozen = velge, valgte, valgt
kijken = kigge
kijk uit je doppen man = se deg vor da mann
kikker = frosk, en
kilometer = kilometer, en
kin = hake, en
kind = barn, et
kinderwagen = barnevogn, en
kip [mv] = høne, en [to høns]
kist = kasse, en
klaar = ferdig
klant = kunde
klas, klasse [2] = klasse, en
klassieke muziek = klassisk musikk
kleding = klær, ne
kleed = kjole, en
kleerhanger = kleshenger, en
klein, kleiner, kleinst [2] (ev/mv) = liten, mindre, minst, små
klein beetje = bare litt
kleinkind = barnebarn, et
klep = ventil, en
kleur = farge, en
klok = klokke, en
klooster = kloster, et
knap = pen
kneden = kna
knie [mv] = kne, et [to knær]
knijpen = knipe
knippen = klippe
knoflook = hvitløk, en
knoop = knute, en
knop = knapp, en
knorrig = gretten
koe [mv] = ku, en [to kyr]
koekenpan = stekepanne, en
koel = kjølig
koelkast = kjøleskap, et
koers = valutakurs, en
koffer = koffert, en
koffie = kaffe, en
kogel = kule, en
kok = kokk, en
koken = koke
kom [3] = skål, en, bolle, en, krus, et
kom hier = kom hit
komen, kwam, gekomen = komme, kom, kommet
komkommer [2] = agurk, en, slangeagurk, en
kookgerei = utstyr til matlaging
kool (steen-) = kull, et
kool (voedsel) = kål, en
koopje = et godt kjøp
koopjesperiode = utsalg
koorts = feber, en
kopen, kocht, gekocht [reg] = kjøpe,køpte, kjøpt
kopje = kopp, en
koppeling = clutch, en
koppig, stug = sta [2]
korf, mand = kurv, en [2]
kort [2] = kort, stutt
kosten = koste
kostuum = dress, en
koud = kald
koud buffet = koldbord, et
kous, sok = strømpe, en [2]
kraan [2] = vannkrann, en, kran, en
krab = krabbe, en
kracht [mv] = kraft, en [to krefter]
kramp = krampe, en
krant = avis, en
krantenwinkel = bladkiosk, en
kredietkaart = kredittkort, et
kreeft [mv] = kreps, en [to kreps]
krijgen, kreeg, gekregen = få, fikk, fått
krijt = kritt, et
kroon (Noors geld) = krone
kruidenier = dagligvarebutikk, en
kruipen, kroop, gekropen [2] = krype, smyge, smøg, smøget
krukken = krykker
krullen = krøller
kuiken = kylling, en
kunnen, ik kan = kunne, jeg kan
kunst = kunst, en
kunstkabinet = kunstgalleri, et
kunstmatig = kunstig
kurk = kork, en
kurkentrekker = korketrekker, en
kus = kyss, en
kust = kyst, en
kussen, zoenen = kysse hverandre [2]
kussen (hoofd-) = pute, en
kwal = manet, en
kwaliteit = kvalitet, en
kwitantie = kvittering, en
laag = lav
laars = støvel, en
laat = sen
laat me met rust = la meg være i fred
laatste = siste
lachen, lachte, gelachen = le, lo, ledd
ladder = stige, en
lade = skuff, en
ladekast = kommode, en
laken = laken, et
lam = lam, met
lamp = lampe, en
land = land, et
landen = havne
lang, langer, langst = lang, lengre, lengst
langs = langs
langzaam [2]= langsom, sakte
laten, liet, gelaten = la, lot, latt
later = senere
lauw = lunken
lawaaierig = bråkete
laxerend middel = avføringsmiddel, et
leeftijd = alder, en
leeg = tom
leer = lær, et
leeslamp = leselampe, en
leger = hær, en
leggen = legge
legitimatiebewijs = legitimasjon, en
leiden = føre
lekke band krijgen = punktere
lelijk = stygg
lengte = lengde, en
lente = vår, en
lepel = skje, en
leraar = lærer, en
leren = lære
leren kennen = bli kjent med
les = undervisningstime, en
letter = bokstav, en
leuk = morsom
leven (werkwoord) = leve
leven (zelfstandig naamwoord) = liv, et
levend, levendig = levende [2]
levensmiddelen = dagligvarer
lever = lever, en
lezen, las, gelezen [reg] = lese, leste, lest
lichaam = kropp, en
licht, helder = lys [2]
licht (niet zwaar) = lett
licht (schijnen) = lys
lichtschakelaar = bryter, en
lied = sang, en
lief = kjaer
liefhebben = elske
liefde = kjærlighet, en
liegen, loog, gelogen = lyve, løy, løyed
lift = heis, en
liften = haike
lifter = haiker, en
liggen, lag, gelegen = ligge, lå, ligget
ligstoel = flukstol, en
lijm = lim, et
lijst = liste, en
lijst, omlijsting = ramme, en [2]
limonade = sitronbrus, en
lineaal = linjal, en
links = venstre
lip = leppe, en
lippenstift = leppestift, en
lippenzalf = leppepomade, en
liter = liter, en
loket = billet luke, en
lomp, grof = klosset [2]
loodvrij = blyfri
loof = løv, et
lopen, liep, gelopen = løpe, løp, løpt
los = løs
loslaten, liet los, losgelaten = slippe, slapp, slupped
luchthaven [2]= lufthavn, en, flyplass, en
luchtreiniger = luftrenser, en
luchtvaartmaatschappij = flyselskap, et
luchtverfrisser [2] = luftrenser, deodorant
lucifer = fyrstikk, en
lui [2]= doven, lat
luid = høy
luidspreker = høytaler, en
lunch = lunsj, en
maag [2] = mage, en, mave, en
maagpijn [2] = magepine, vondt i magen
maaltijd = måltid, et
maan = måne, en
maand = måned, en
maandag = mandag
maar, doch = men
maatschappij = selskap, et
make-up = sminke, en
maken, produceren = lage
man [mv] = mann, en [to menn]
manager = sjef, en
mand = kurv, en
mandarijntje = mandarin, en
mannelijk = mandig
mantelpak = drakt, en
margarine = margarine, en
markt [2] = torg, et, marked, et
marmer = marmor, en
mast = mast, en
mat = matte, en
matras = madrassen, en
mecanicien = mekaniker, en
meel = mjøl, et
meer (water) [2] = sjø, en, innsjø, en
meer dan = enn
meerdere = flere
meisje [2] = jente, en, pike, en
melk [2] = mjølk, a, melk, en
meloen = melon, en
mengen = blande
mens = menneske, et
mensen, volk = folk mv [2]
menu = meny, en
merkwaardig = merkelig
mes = kniv, en
met = med
met andere woorden = med andre ord
met inbegrip van = inkludert
met zich meebrengen dat = medføre at
meteen, gelijk [2] = lik, straks [2]
meten = måle
metro = undergrunn, en
meubelen = møbler
meubelmaker = snekker, en
mevrouw = fru
middag [2] = middag, klokken tolv
middenin = i midten
middernachtzon = midnattsol, en
midzomerdag = sankthans
mijnheer = herr
mier = maur, en
mijn vrouw [2] = min kone, min hustru
minder [2] = færre, mindre
mineraalwater = mineralvann, et
minuut = minutt, et
mis, kerkdienst = gudstjeneste [2]
mis, verkeerd [2] = feil, galt [2]
misdaad = forbrytelse
misschien = kanskje
misselijk = kvalm
missen = være borte
missen, miste, gemist [reg] = savne, savnet, savnet
mist = tåke, en
mobiele telefoon = mobiltelefon, en
mode = mote, en
moe [2] = trett, trøtt
moeder [mv] = mor, en [to mødre]
moedertaal = morsmål, et
moedig = modig
moeilijk = vanskelig
moeilijk leesbaar = tunglest
moer = mutter, en
moeras = sump, en
moerasbessen = multer
moeten, ik moet (geen keuze hebben) = måtte, jeg må
moeten, ik moet (verplichting) = burde, jeg bør
mogelijk = mulig
mogen = få
momenteel = for øyeblikket
mond = munn, en
monding = munning, en
monument = monument, et
mooi [3] = deilig, vakker, pen
mooi weer = pent vær
morgen = i morgen
morgenochtend = i morgen formiddag
morgenvroeg = i morgen tidlig
mosselen = blåskjel
mosterd = sennep, en
motor = motor, en
motorfiets = motorsykkel, en
motorkap = panser, et
motorpech = motorskade, en
mug [mv] = mygg, en [to mygg]
muggenbeet = myggestikk, et
muggenmelk = myggolje, en
muis [mv] = mus, en [to mus]
munt [2] = mynt, en, pengestykke, et
museum = museum, et
muts = lye, en
muur [2] = mur, en, vegg, en
muziek = musikk, en
muziekinstrument = musikkinstrument, et
muzikant = musiker, en
na = etter
naaien = sy
naakt = naken
naald = nål, en
naam = navn, et
naar = til, åt
naar Belgie = til Belgia
naar beneden = ned
naar de cinema = på kino
naar huis = hjem
naar school = på skole
naast [2] = ved, ved siden
nabij, na = nær [2]
nacht [mv] = natt, en [to netter]
nachtclub = nattklubb, en
nachtjapon = nattkjole, en
nachttafellamp = nattbordlampe, en
nadat = etter at
nadenken = lure på
nagel = negl, en
nagellak = neglelakk, en
nagelvijl = neglefil, en
namelijk = nemlig
nat = våt
nauw = trang
nauwelijks = neppe
Nederland = Nederland
Nederlander, -se = nederlendar [2]
Nederlands = nederlandsk
nee = nei
neef [2] = fetter, en, nevø, en
nemen, nam, genomen = ta, tok, tatt
nergens [2] = ingensteds, ingen steder
net = nett, et
neus = nese, en
nicht [2] = kusine, en, niese, en
niemand = ingen
nier = nyre, en
niet = ikke
niet nodig hebben = slippe
niet-roker = ikke-røkere
niet veel = ikke mye
niets = ingenting
nieuw = ny
nieuwjaar = nyttår
nieuws [mv] = nyheter, nyhetene
nieuwsblad = avis, en
nieuwsgierig = nysgjerrig
noch ... noch ... = hverken ... eller ...
nodig = nødvendig
nodig hebben, ik heb nodig [3] = behøve, trenge, turve, jeg tarv
noemen = kalle, nevne
nog = ennå
nog niet = ikke ennå
nogal = ganske
nogmaals = en gang til
noodrem = nødbremse, en
noodsituatie = nødsituasjon, en
nooduitgang = nødutgang, en
noodzakelijk = nødvendig
nooit = aldri
Noor, Noorse = nordmann [2]
noord = nord
Noordkaap = Nordkapp
Noordpool = Nordpol, en
Noordzee = Nordsjø, en
Noors = norsk
Noorse provincie, district = fylke, et
Noorwegen = Norge
noot = nøtt, en
nou en = hva så
nu = nå
nu en dan = nu og da
nuchter = edru
nummer = nummer, et
nummerplaat = nummerskilt, et
nuttig = nyttig
ochtend, morgen, en
oesters = østers
of (voegwoord) = om
of [2] = anten, eller
ogenblikkelijk = øyeblikkelig
oh ja? = jaså?
olie = olje, en
oliebollen = smutringer
olijf = oliven, en
om = om
om de hoek = rundt hjørnet
oma [2] = bestemor, en, mormor, en
omdat = fordi
omelet = omelett, en
omheining = gjerde, et
omhoog, naar omhoog = oppover [2]
omkleden, zich = kle seg om
on- = u-
onaangenaam = kjedelig
unbezorgd, onbekommerd = ubekymret
onder = under
onder andere = blant annet
onderbroek = underbukse, en
onderdelen = reservedeler
ondergoed = undertøy, et
onderhemd = trøye, en
ondernemen = foreta
onderrok = underskjørt, et
onderwerp = emne, et
ongehuwd = ugift
ongeval = ulykke, en
ongeveer = omtrent
ongewoon = uvanlig
ongeacht of = uansett om
ongezouten = usaltet
onmiddellijk [2]= med en gang, umiddelbar
onmogelijk = umulig
onrechtvaardig = urettferdig
ons, onze = vår, våre
ontbijt = frokost, en
ontmoeten = møte
ontmoeting = møte, et
ontslaan = gi sparken
ontspannen, onstpande, onstpand [reg] = slappe av, slappet av, slappet av
ontspanning = underholdning
ontsteking = tenning, en
ontvangstbewijs = kvittering, en
ontwikkelen = fremkalle
onweer = uvær, tordenvær
onzin = tull, et
op dit gebied = på dette planet
op weg naar = på vei til
oog = øye, et [øyne]
oogdruppels = øyendråper
ooit eens, eens een keer = et eller annet gang
ook = også
ook niet = heller ikke
oom = onkel, en
oor [mv] = øre, et, ører
oorlog = krig, en
oorringen [2] = øreringer, øredobber
oorspronkelijk = opprinnelig
oost = øst
op [2] = på, opp
op maat maken = skreddersy
op reis gaan [2] = reise bort, dra på reise
op voorhand = i forkant
op zijn = være slutt
opa [2] = bestefar, en, farfar, en
opbellen = ringe opp
open = åpen
open haard = peis, en
open sandwich = smørbrød
openen = åpne
openlijk = offentig
openmaken = lukke opp
opgelet [2] = vær forsiktig, pass opp
opgeven = gi opp
ophouden = holde opp
oplossen = få av
oppassen, uit zijn doppen kijken = være på vakt
opstaan = stå opp
opticien = optiker, en
optillen = løfte
oranje = oransje
orkest = orkester, et
oud, ouder, oudst = gammel, eldre, eldst
oudejaarsavond = nyttårsaften
ouders = foreldre, ne
oven, verwarming = ovn, en [2]
over (toekomst) = om
over, hierheen = over [2]
over tien minuten = om ti minutter
over een kwartier = om et kvarter
over een half uur = om en halvtime
over een uur = om en time
overal = overalt
overblijfsel = rest, en
overgeven = kaste opp
overgewicht = overvektig bagasje
overigens, trouwens = for øvrig
overjas = frakk, en
overmorgen = i overmorgen
overnachten = overnatte
overnachting = overnatting, en
overstappen = bytte
overtuigen = overbevise
overvloedig = til overs
paar = par, et
paard = hest, en
paardrijden = ri
pad (voetpad) = sti, en
paddestoel = sopp, en
pagina = side, en
pak(ket) = pakke, en
pampers = bleier
pan = gryte, en
pannenkoek = pannekake, en
pantalon = bukser
pantoffels = tøfler
panty = strømpebukse, en
papier = papir, et
papieren zakdoeken = papirlommetørklær
papiermand = papirkurv, en
paraplu [2] = paraply, en, skjerm, en
pardon = unnskyld
parel = perle, en
parfum = parfyme, en
park = park, en
parkeren = parkere
partij = parti, et
pasen = påske
paspoort [2] = pass, et, passkort, et
passagier = passasjer, en
peer = pære, en
pen = penn, en
penvriend = brevvenn, en
peper = pepper, en
pepermunt = peppermynte
perfect = perfekt
permanent = permanent, en
perron = perrong, en
perzik = fersken, en
peterselie = persille, en
piano = piano, et
piek = tind, en
pijn [2] = pine, en, smert, en
pijn (doen) = (gjøre) vondt
pijnlijk = pinlig
pijp = pipe, en
piloot = pilot, en
pinda's = peanøtter
pinksteren = pinse
pistool = pistol, en
plaat = plate, en
plaats, plein = plass, en [2]
plaats = sted, et
plaatsen, zetten = stille [2]
plaid = pledd, et
plank = fjøl, en
plant = plante, en
plas [2] = pytt, en, dam, en
plassen = tisse
plattegrond = kart, et
plezier [2] = moro, en, gøy, en
Plicht = plikt, en
plotseling = plutselig
poeder = pudder, et
poetsen, poetste, gepoetst [reg] = pusse, pusset, pusset
politie = politi, et
politiek = politikk, en
politieman = politimann, en
pols = håndledd, et
poolcirkel = polarsirkel, en
pop = dukke, en
popmuziek = popmusikk, en
porselein = porselen, et
portefeuille = lommebok, en
portemonnee = pung, en
portier [2] = vaktmester, portier, en
post = post, en
postbode = postbud, et
postbus = postkasse, en
posterijen = postkontor, et
postkantoor [2] = post, en, postkontor, et
postzegel = frimerke, et
potlood = blyant, en
praten [2] = tale, prate
precies = nøyaktig
priester = prest, en
printer = skriver, en
privaat = privat
proberen = forsøke
probleem = problem, et
proeven = prøve
proficiat = gratulerer
publiek = offentlig
punaise = tegnestift, en
pyama = pyjamas, en
raam, venster = vindu, et [2]
raad eens = gjett en gang
raden = gjette
radiator = radiator, en
radijs = redikk, en
radio = radio, en
rand [mv] = rand, en [render]
rat = rotte, en
rauw = rå
recept = resept, en
receptionist = resepsjonist, en
recht = rett, en
rechter = dommer, en
rechts = høyre
rechtvaardig = rettferdig
rechtvaardigen = rettferdiggjøre
ree = rådyr, et
reeds = allerede
regen = regn, et
regenbui [2] = regnbyge, en, regnskur, en
regenjas = regnfrakk, en
regering = regjering, en
reis = reise, en
reisagentschap = reisebyrå, et
reischeque = reisesjekk, en
reiken, reikte, gereikt = rekke, rakk, rukket
rek, schap = bokhylle, en [2]
rekenen = regne
rekening = regning, en
rekening houden met = ta hensyn til
religie = religion, en
rem = bremse, en
remmen = bremse
rennen, rende, gerend = renne, rant, rent
rendier = reinsdyr, et
reservering = reservasjon, en
retourbiljet = returbillett, en
reuk = lukt, en
richtingaanwijzer = retningsviser, en
riem = belte, en
rij = kø, en
rij voorzichtig = kjør sakte
rijbewijs = førerkort, et
rijden = kjøre
rijden/varen, reed/voer, gereden/gevaren = fare, for, faret
rijk = rik
rijm, rijp = rim, et
rijp = moden
rijst = ris, en
ring = ring, en
ritssluiting = glidelås, en
rivier = elv, en
roeiboot = robåt, en
roepen = rope
rok = skjørt, et
roken = røyke
rokers = røkere
rolstoel = rullestol, en
roltrap = rulletrapp, en
roman = roman, en
rommel = skrap, et
rond = rund
ronde bergtop = koll, en
rondhangen [2] = flytte rundt, stå og henge
rondleiding = omvisning
rondreis = rundtur, en
roken = røke
rood = rød
rook = røyk, en
room = krem, en
roomijs = iskrem, en
roos = rose, en
rozijnen = rosiner
rubber = gummi, en
rubberen laarzen = gummistøvler [mv]
rug = rygg, en
rugzak = ruggsekk, en
ruiken = lukte
ruimte = plass, en
ruimte, vertrek = rom, et [2]
ruine = ruin, en
rum = rom, men
rundsvlees = oksekjøtt, et
Rusland = Russland
Russisch = russisk
rustig = rolig
ruw = ru
ruzie maken = slåss
saai = kjedelig
samen = sammen
sandalen = sandaler
sauna = badstue, en
saus [2] = saus, en, sos, en
Scandinavie = Skandinavia
schaak = sjakk
schaal, schil = skjerf, et [2]
schaap [2] = sau, en, får
schaar = saks, en
schaatsenskøyter, gå på skøyter
schadelijk = skadelig
schaduw = skygge, en
schakelaar = bryter, en
schamen, zich = skamme seg
schatten = vurdere
scheermesjes = barberblader
scheerschuim = barberskum, met
scheiden = skille
schelp = skjell, et
scheren = barbere
scherp = skarp
scheuren = rive
schiereiland = halvøy, en
schieten, schoot, geschoten = skyte, skaut, skytt
schijnen = skine
schip = skip, et
schoen [mv] = sko, en [to sko]
schoensmeer [2] = skosverte, en, skokrem, en
schoenveters = skolisser
schokdemper = støfanger, en
school = skole, en
schoon, proper = ren [2]
schoonmaken = rense
schop, spade = spade, en
schouder = skulder, en
schrijfmachine = skrivemaskin, en
schrijfpapier = skrivepapir, et
schrijven, schreef, geschreven = skrive, skrev, skrevet
schrikken = bli redd
schroef = skrue, en
schroevendraaier [2] = skrujern, et, skrutrekker, en
schuiven = skyve
schulden = gjeld, en
schuldig = skyldig
seconde = sekund, et
serveerster = serveringsdame, en
servet = serviett, en
shit [3] = dritt, lort, skitt
shoppingcenter = kjøpesenter, et
shorts = shorts
sieraden = smykker mv
sigaar = sigar, en
sigaret = sigarett, en
sinaasappel = appelsin, en
sinaasappelsap [2] = appelsinsaft, appelsinjuice
sinds = siden
sjaal [3] = skål, en, sjerf, et, sjal, et
ski [mv] = ski, en [to ski]
skien = gå på ski
skilift = skiheis, en
skiterrein = skiterreng, et
skiwedstrijd = skirenn, et
sla (voedsel) = salat, en
slaan, sloeg, geslagen [2] = slå, slo, slått; hogge, hogg, hogd
slaap = søvn, en
slaapkamer = soverom, met
slaapmiddel = sovemedisin, en
slaappil = sovepille, en
slaapzak = sovepose, en
slager = slakter
slang = orm, en
slank = slank
slapeloosheid = søvnløshet, en
slapen, sliep, geslapen = sove, sov, sovet
slecht, slechter, slechtst [2] = dårlig, vond, verre, verst
slecht, kwaad = ille
slechts [2] = berre, bare
sleuf = åpning, en
sleutel = nøkkel, en
slim = klog
slippen [2] = skli, gli
slot [2] = slott, et, lås, en
sluiten [2] = lukke, stenge
sluitingstijd = stengetid
sluw = lur
's morgens = om morgenen
's nachts = om natten
smaak = smak, en
smal = smal
smerig, vuil = skitten [2]
snack = smårett, en
sneeuw = snø, en
sneeuwen = skjære
sneeuwstorm = snøstorm, en
snel [2] = rask, fort
snelheid = fart, en
snelheidsbeperking = fartsgrense, en
snelheidsmeter = speedometer, et
snijden, sneed, gesneden = skjære, skar, skåret
snoep = snop, sukkertøy, et
snoepje = drops, et
snor = bart, en
snurken = snorke, snorket, snorket
sodawater = sodavann, et
soep = suppe, en
sokken = sokker
speciaal = spesielt
speelgoed [2] = leke, leketøy
speelgoedwinkel = leketøysbutikk, en
speelplein = lekeplass, en
spek = bacon, et, flesk, et
spek met eieren = egg og bacon
spelen = leke
spie, pin, pen = plugg, en
spiegel = speil, et
spijbelen = skulke
spijker [mv] = spiker, en [to spiker]
spin = edderkopp, en
spinazie = spinat, en
spinnen, spon, gesponnen = spinne, spant, spunnet
spits = spiss
spons = svamp, en
spook = spøkelse, et
spoor [2] = skinne, en, spor, et
spoorlijn = jernbanelinje, en
sportcenter = sportsenter, et
spreken, sprak, gesproken [reg] = snakke, snakket, snakket
springen, sprong, gesprongen = springe, sprang, sprunget
sprookje [mv] = eventyr, et [to eventyr]
spul, troep = greier mv [2]
staan, stond, gestaan = stå, stod, stått
staat = stat, en
staart = hale, en
stad [2] [mv] = by, en, stad, en [to steder]
stadion = stadion, et
stand [mv] = stand, en [to stender]
standbeeld = statue, en
stang [mv] = stang, en [to stenger]
staren (wezenloos) = glo
start = start, en
starten = starte
startbaan = rullebane, en
station = stasjon, en
steeds, nog altijd = stadig [2]
steek = stikk, et
steen = sten, en
steil = bratt
steken = stikke
stekker = kontakt, en
stel je voor! = tenk det!
stelen, stal, gestolen [2] = kvarte, stjele, stjal, stjålet
stem = stemme, en
ster = sterne, en
sterk = sterk
sterven, stierf, gestorven = dø, døde, død
stewardess = flyvertinne, en
stijf = stiv
stijgen, steeg, gestegen = stige, steg, steget
stil [2] = lav, stille
stipt = punktlig
stoel = stol, en
stof (kleding) = stoff, et
stof (vuil) = støv, et
stofdoek = støvklut, en
stofzuiger = støvsuger, en
stom, dom = dorsk [2]
stomerij = renseri, et
stomp = butt
stoom, damp = damp, en [2]
stopcontact = stikkontakt, en
stoppen [2] = stanse, stoppe
storen = forstyrre
storm = storm, en
stoten = støte
straat = gate, en
strand [mv] = strand, en [to strender]
strelen, aaien = klappe [2]
strijken = stryke
strijkijzer = strykejern, et
stromen, vloeien = renne [2]
stroom = strøm, men
stroomversnelling = stryk, et
student = student, en
stuk = stykke, et
sturen, zenden = sende [2]
stuur = ratt, et
suiker = sukker, et
supermarkt = supermarked, et
taal = språk, et
taalgids = parlør, en
tabak = tobakk, en
tablet = tablett, en
tafel = bord, et
tafellaken = duk, en
tak = kvist, en
talkpoeder = talkum, en
tam = tam
tamelijk = temmelig
namelijk = nokså
tampon = tampong, en
tand [mv] = tann, en [to tenner]
tandarts = tannlege, en
tandenborstel = tannbørste, en
tandpasta [2] = tannpasta, en, tannkrem, en
tandpijn = tannverk, en
tandprothese = tannprothese, en
tang [mv] = tang, en [to tenger]
tante = tante, en
tarwebrood = hvetebrød, et
tas [2] = lomme, en, veske
taxi = drosje, en
te huur = til leie
te klein = for liten
te veel, zeer [2] = for [2], for mye
te (veel) = altfor
teder = øm
teen [mv] = tå, et [to tær]
tegel = tegstein, en
tegen = mot
tegenover = overfor
teken = tegn, et
telefoon = telefon, en
telefooncel = telefonkiosk, en
telefoongesprek = telefonsamtale, en
telefoongids = telefonkatalog, en
telegram = telegram, met
televisie [2] = televisjon, en, fjernsyn, et
tellen, telde, geteld = telle, talte, talt
temperatuur = temperatur, en
tent = telt, et
tentstok = teltstang, en
terug [2] = att, tilbake
terugkomen = komme tilbake
terugkrijgen = få tilbake
tevreden [2] = tilfreds, fornøyd
terwijl = mens
thee = te, en
theater = teater, et
thermosfles = termosflaske, en
thuis = hjemme
tiental = titall, et
tijd = tid, en
tijdens (voorzetsel) = under
tijdens (voegwoord) = mens
tijdschrift [3] = ukeblad, et, tidsskrift, et, blad, et
tip = tips, et
toast = ristet brød
toch wel = jo
toekomstig = fremtidig
toelating = tillatelse, en
toen (bijwoord) = den gang
toen = da
toepassing = tilpasning, en
toeristenkantoor = turistkontor, et
toeslag bij [2] = tillegg till, betale extra
toestaan = tillate
toetsenbord = tastatur, et
toevallig = tilfeldig
toilet, wc [2] = toaletter, do, et [2]
toiletpapier = toalettpapir, et
tomaat = tomat, en
tonen, wijzen = vise [2]
tonercartridge = tonerkassett, en
tong = tunge, en
top [2] = topp, en, nut, en
toren = tårn, et
tot = frem til
tot, naar [2] = til [2], inntil
tot ziens = på gjensyn
touringcar = turbuss, en
touw = tau, et
traag = sakte
tractor = traktor, en
traditie = tradisjon, en
tranen = tårer
transmissie = overføring, en
trap = trapp, en
trappen = trå
trein = tog, et
treffen, trof, getroffen = treffe, traff, truffet
trekken, trok, getrokken [2] = trekke, dra, dro, dratt
treurig = sørgelig
triestig = trist
trol = troll, et
trots = kry
trottoir, stoep = fortau, et
trouw = tro
trouwen = gifte seg med
trui = genser, en
tuin = hage, en
tunnel = tunnel, en
tussen = mellom
tweepersoonskamer = dobbeltrom, met
ui = løk, en
uit [2] = or, ut
uit de weg = gi plass
eruit, naar buiten = ut [2]
uitdoen, uitmaken = slå av [2]
uiteindelijk = endelig
uitgang = utgang, en
uitklaren, vooraf duidelijk maken [2] = avklare
uitlenen = låne ut
uitnodigen = innby
uitnodiging = invitasjon, en
uitschakelen = slokke
uitstapje = tur, en
uitstappen [3] = stige ut, stige av, gå av
uitstekend [2] = utmerket, meget bra
uittrekken = ta av
uitvinden = oppfine
uitzicht = utsikt, en
universiteit = universitet, et
uur = time, en
van buiten leren = lære utenat
vaak = ofte
vaarwel [3] = farvel, ha det, morn'a
vaas = vase, en
vader [mv] = far, en [to fedre]
vakantie = ferie, en
vallei = dal, en
vallen, viel, gevallen = falle, falt, falt
van [2] = fra, av
van harte gefeliciteerd met je verjaardag= gratulerer med dagen
vanmorgen = i dag morges
vanaf = av
vanavond [2] = i aften, i kveld
vandaag = i dag
vanille = vanilje, en
vanzelfsprekend = selvsagt
varken, zwijn = gris, en
varkensvlees = svinekjøtt, et
vast = fast
vechten, vocht, gevochten [2] = kjempe, slåss, sloss, slåss
vechtpartij = slagsmål, et
veel, meer, meest = mye, mer, mest
veel beter = mye bedre
veel geluk [2] = hjertelig til lykke, lykke til
veel lawaai = mye bråk
veel te veel = altfor mye
veel voorkomend = sedvanlig
veen = myr, en
veer = fjær, en
veerboot = ferge, en
vegen = feie
vegetarier = vegetarianer, en
veilig = trygg, sikker
veiligheidsgordel = sikkerhetsbelte, et
veiligheidsspeld = sikkerhedsnål, en
vel papier = ark, et
veld [2] = felt, et, jorde, et
vele, nog meer, meeste = mange, flere, flest
venster = vindu, et
ventilator = vifte, en
ventilatorriem = vifterem, men
ver [2] = fjern, langt
verantwoordelijk = ansvarlig
verband (medisch) = bandasje, en
verbieden, verbood, verboden = forby, forbød, forbudt
verboden [2] = forbudt, forbode
verdedigen = forsvare
verdenking = mistanke, en
verder = videre
verderdoen, doorgaan = fortsette
verdienen = fortjene
verdwijnen, verdween, verdwenen = forsvinne, forsvant, forsvunnet
vereisen = kreve
vereniging = forening, en
verf = maling, en
verfkwast = malerkost, en
verfrissingen = forfriskninger
vergelijken = sammenlikne
vergeten = glemme
vergif = gift, en
vergroting = forstørrelse, en
verhaal, geschiedenis = historie, en [2]
verheugen, zich (op) = glede seg (til)
verhinderen = forhindre
verhouding [mv] = forhold, et [to forhold]
verhuizen = flytte
verhuren = leie ut
verjaardag, geboortedatum [2] = fødselsdag, en
verkeer = traffik, en
verkeerd [2] = feil, gal
verkeerslichten = traffikklys
verkeersopstopping = traffikkork, en
verkeersreglement = trafikkreglene
x verkiezen boven y = velger x forran y
verklaren = forklare
verkoop = salg, et
Verkoopsprijs = salgspris, en
verkopen, verkocht, verkocht = selge, solgte, solgt
verkouden = forkjølet
verlangen naar = lengte etter
verlaten = stole på
verleden, afgelopen = sist [2]
verliefd = forelsket
verliezen = miste
verloofd = forlovet
vermoeden = anta
vermoeid [3] = trett, sliten, utslitt
verpleegster = sykepleierske, en
verpleger = sykepleier, en
verscheuren, verscheurde, verscheurd = rive, reiv, revet
verschillend [2] = forskjellig, annerledes
verschrikkelijk [2] = skrekkelig, fryktelig
verslaafd = avhengig
versnelling = gir, et
versnellingsbak = girkasse, en
verstaan, verstond, verstaan = forstå, forsto, forstått
verstandig = fornuftig
verstoppen = gjemme
vertalen = oversette
vertekend = forvrengt
vertellen, vertelde, verteld = fortelle, fortalte, fortalt
vertraging hebben = bli forsinket
vertrek [2] = avgang, en, utreise, en
vertrekken = reise
vervaardigen = fremstille
vervelend [2] = kjedelig, flaut
verwachten = forvente
verwante = slektning, en
verwarming [2] = opvarming, en, sentralvarme, en
verwijderen = fjerne
verwoest = øde
verwonden = såre
verzadigd = mett
verzameling = samling, en
verzekering = forsikring, en
verzoeken, verzocht, verzocht = be, bad, bedt
verzoeken = be om
verzorgen = pleie
vestiaire = garderobe, en
vet (adjectief) = feit
vet (zelfstandig naamwoord) = fett, et
video = video, en
videorecorder = videocamera, et
vierkant = firkantet
vijg = fiken
vikingschip = vikingskip, et
villa = villa, en
vinden, vond, gevonden = finne, fant, funnet
vinger = finger, en
viool = fiolin, en
vis = fisk, en
vissen = fiske
visum = visum, et
viswinkel = fiskebutikk, en
vitaminepil = vitaminepille
vitaminetablet = vitaminetablett
vlaag, bui [2] = regnbyge, en, vindkast, et [2]
vlag = flagg, et
vlak, plat = flat [2]
vlees = kjøtt, et
vleugel = vinge, en
vlieg = flue, en
vliegen, vloog, gevlogen = fly, fløy, fløyet
vliegtuig = fly, et
vliegveld = flypass, en
vlo = loppe, en
vloeibaar = flytende
vloerkleed = gulvteppe, et
vlucht (vliegtuig) = flyrute, en
vluchten = flykte
vochtig = fuktig
voedsel = mat, en
voedselvergiftiging = matforgiftning, en
voelen = føle
voertuig = kjøretøy, et
voet [mv] = fot, en [to føtter]
voetbal = fotball, en
voetballen = sparke
voetganger = fotgjenger, en
vogel = fugl, en
vol = full
vol pension = full pensjon
volgen = følge etter
volgende = neste
volgende week = neste uke
volgorde = rekkefølge, en
volk = folk, et
volkomen verkeerd = rivende galt
volksmuziek = folkemusikk, en
volledig = fullstendig
volwassen = voksen
voor = for
voor tien uur = før klokken ti
voor(dat) = før
voorbeeld = eksempel, et
voorbehoedmiddelen = preventiver
voordel = fordel
voorkomen, vermijden = hindre
voorlichten = frontlys
voornaam = fornavn, et
vooroordeel = fordom, en
voorruit = frontrute, en
voorstad = forstad, en
voorstellen = foreslå
voortdurend = varig
voorzichtig = forsiktig
vorige = forrige
vorige maand = forrige måned
vork = gaffel, en
vorst (koude) = frost, en
vraag = spørsmål, et
vrachtwagen = lastebil, en
vragen, vroeg, gevraagd [reg] = spørre (etter), spurte (etter), spurt (etter)
vreemd = fremmed
vreselijk = fryktelig, forferdelig
vreten, vrat, gevreten = ete, åt, ett
vriend = venn, en
vriendelijk = vennlig
vriendin = venninne, en
vriezen = fryse
vrij = ledig
vrijdag = fredag
vrijwillig = frivillig
vroeg = tidlig
vroeger = tidligere
vrolijk = glad
vrouw [2] = kvinne, en, kone, en
vrouwelijk = kvinnelig
vruchtbaar = fruktbar
vuil, smerig = skitten [2]
vuilnisbak = søppelkasse, en
vuilniszak = søppelpose, en
vullen = = fylle
vulling (in gebak) = kakefyll, et
vulling (in tand) = plombe, en
vulpen = fyllepenn, en
vuur [3] = ild, en, bål, et, fyr, en
vuurwerk = fyrverkeri, et
wablief, wat zegt u = hva behager [2]
waar, oprecht = sann [2]
waar [2] = der, hvor
waar men vroeger alleen maar kon van dromen = som man tidligere bare kunne drømme om
waarborg = garanti, en
waarde(vol) = verdi(full)
waarom = hvorfor
waarschijnlijk = sannsynlig
waarvoor = for hva
wachten = vente
wachtkamer = venterom, met
wagen, auto [2] = bil, en, vogn, en [2]
wakker = våken
wand = vegg, en
wandelen = gå på tur, spasere
wandeling [2] = tur, spasertur
wanneer = når
want = for
wapen [mv] = våpen, et [to våpen]
warenhuis [2] = varehus, et, varemagasin, et
warm = varm
wasbak = vask, en
wasknijper = klesklype, en
waspoeder = vaskepulver, et
wassen = vaske
wasserij = vaskeri, et
wat = hva
wat een onzin [2] = sludder, tull
wat is uw naam = hva er ditt navn
water = vann, et, vatn, et
waterval = foss, en
watje = vatt, en
wedstrijd [2] = kamp, en, konkurranse, en
weegschaal = vegt, en
week = uke, en
weer (klimaat) = vær, et
weer, opnieuw = igjen [2]
wees zo aardig om = vær så snill å
weg (baan) [2] = vei, en, veg, en
weg (niet aanwezig) = unna
wegdoen = få vekk
wegen = veie
wegens [2] = på grunn av, p.g.a.
weggaan = gå bort
wegslepen = taue
weigeren = nekte
weinig = litt
weinige, weinigere, weinigste = få, færre, færrest
wekker = vekkerklokke, en
welk soort ... = hva slags ...
welke = hvilken
welkom = velkommen
wensen = ønske
wereld = verden, en
werk = arbeid
werkdag = hverdag, en
werkelijk = virkelig
werken = arbeide
werkloos = arbeidsløs
wesp = veps, en
west = vest
wet = lov, et
weten, ik weet, wist, geweten = vite, jeg vet, visste, visst
whisky = whisky, en
wie = hvem
wiel = hjul, et
wij = vi
wij komen nu = vi kommer nå
wij zijn het = det er oss
wijn = vin, en
wijnkaart = vinkart, et
wijs = vis
wild = vill
willen, ik wil = ville, jeg vil
wind = vind, en
winkel, boutiek = buttikk, en [2]
winkel, zaak = forretning, en [2]
winkelen = handle
winnen, won, gewonnen = vinne, vant, vunnet
winter = vinter
wisselen [2] = bytte, veksle
wisselgeld [2] = småpenger, vekslepenger [mv]
wit = hvit
wodka= vodka, en
woedend = rasende
woensdag = onsdag
wol = ull, en
wollen deken = ullteppe, et
wolk = sky, en
wonde = skade, en
wonen = bo
woning = leilighet, en
woonplaats = bosted, et
woord = ord, et
woordenboek = ordbok, en
worden, werd, geworden = bli, ble, blitt
worm = orm, en
worst = pølse, en
wortel [2] [mv] = rot, en [to røtter], gulrot, en [to gulrøtter]
wreed, vreselijk = grusom [2]
wurgen, wurgde, gewurgd = kvele, kvalte, kvalt
yoghurt = yoghurt, en
zaak, ding = sak, en [2]
zacht, gevoelig = sart [2]
zacht = bløt
zak = sekk, en
zaklamp = lommelykt, et
zalig kerstfeest = god jul
zalig pasen = god påske
zaterdag = lørdag
zee = hav, et
zeebodem = havbunn, en
zeep = såpe, en
zeer = svært
zeggen, zei, gezegd = si, sa, sagt
zeil = seil, et
zeker [2] = trygg, sikkert
zelden = sjelden
zelfbediening [2] = selvbetjening, selvbetjenst
zelfs = selv
zelfs als, hoewel = selv om
zetten, zette, gezet, plaatsen = sette, satte, satt [2]
ziek = syk
ziekenhuis = sykehus, et
ziel = sjel, en
zien, zag, gezien = se, så, sett
zij (enkelvoud) = hun
zij (meervoud) = de
zijn, was, geweest = være, var, vært
zijn doel bereiken = kommer fram til målet
zilver = sølv, et
zin (grammatica) = setning, en
zin = lyst, en
zin hebben = gidde
zingen, zong, gezongen = synge, sang, sunget
zitten, zat, gezeten = sitte, satt, sittet
zo = slik
zoals, soortgelijk = lik [2]
zodat [2] = slik at, så at
zoeken naar = lete etter
zoet = søt
zomer = sommer
zon = sol, en
zondag = søndag
zonder = uten
zoon [mv] = sønn, en [to sønner]
zout = salt, et
zowel ... als ... = både ... og ...
zulk = den slags
zullen, ik zal, moeten, ik moet = skulle, jeg skal
zus [mv] = søster, en [to søstre]
zuur = sur
zwaar, zwaarder, zwaarst = tung, tyngre, tyngst
zwak = svak
zwanger = gravid
zwart = svart
zwart-wit, grijstinten = gråtoner
Zweeds = svensk
zwemmen = svømme

HAARLEM

DE ERVEN F. BOHN

1922

NOORWEGENS LETTERKUNDE IN DE NEGENTIENDE EEUW

DOOR

DR. R.C. BOER Hoogleeraar te Amsterdam

HAARLEM DE ERVEN F. BOHN 1922



INHOUD.

Voorbericht

Hoofdstuk I. Het ontwaken der nationale letterkunde

II. Romantiek

III. De taalbeweging en de oudste schrijvers in landsmaal

IV. Het realisme

V. Jongere richtingen en persoonlijkheden

Uitgaven en literatuur

Register van auteurs





VOORBERICHT.

Deze korte schildering van Noorwegens letterkunde in de 19e eeuw begint met het optreden van Wergeland en Welhaven. Wat daaraan voorafgaat, is slechts een tot inleiding dienende schets van de toestand in de voorafgaande jaren. De hoofdnadruk is gelegd op de romantiek en op het chronologisch zich daarbij aansluitende realisme. Als grens omlaag geldt ongeveer het slot der eeuw. Over het algemeen heb ik er van afgezien, verder te gaan, zoowel met het oog op de omvang, dien het werk niet te buiten mag gaan, als op de moeilijkheid, om tijdgenooten historisch te behandelen en hun een plaats aan te wijzen. Bij een paar schrijvers werd op grond van de betekenis, die zij reeds voor een vroegere periode hebben, en die aanleiding gaf tot een breedere behandeling, dan aan allen kan ten deel vallen, ook in het chronologische een uitzondering gemaakt. Omgekeerd konden vele schrijvers, die wel voor 1900 debuteerden, maar wier belangrijkste werk in een jongere periode valt, niet besproken worden. Ook voor het overige heb ik mij tot het doen eener--niet al te enge--keuze moeten bepalen en aan vele schrijvers, die wel een breedere behandeling verdienden, toch slechts een geringe plaatsruimte kunnen inruimen. Dit was noodig, zouden de hoofdpersonen althans eenigszins tot hun recht komen.



HOOFDSTUK I.

HET ONTWAKEN DER NATIONALE LETTERKUNDE.

1. 'Het geestelijk leven in Noorwegen in de eerste periode na 1814'.

In de periode, die op 1814 volgde, was het geestelijk leven in Noorwegen aan een diepe depressie ten prooi. Een ding was er, dat met recht de geheele aandacht van alle menschen, die tot geestelijken arbeid in staat waren, in beslag nam--de inrichting van de nieuwen staat en van zijne organen. De politiek en de oeconomische zorgen hielden de algemeene aandacht in spanning; wat daarbuiten lag, kon niet op meer dan voorbijgaande belangstelling aanspraak maken.

De vier eeuwen, die teruglagen, waren niet gunstig geweest voor de ontwikkeling van een zelfstandig geestelijk leven. Volkomen stagnatie had er niet geheerscht. De Deensche koning regeerde ook over Noorwegen, en de omstandigheden dier tijden hadden meegebracht, dat Noorwegen ongeveer in de positie van een Deensche provincie verkeerde. Het land nam deel aan het leven van Denemarken, ook op het gebied van kunst en wetenschap. De ambtenaren-stand was voor een niet gering deel Deensch van oorsprong; een gevolg daarvan was de invoering van het Deensch als officieele taal geweest. De nauwe verwantschap van de talen der beide landen bracht mee, dat dit proces betrekkelijk gemakkelijk was verloopen; zij bracht ook mee, dat het Deensch in Noorwegen zich in sommige opzichten aan de landstaal had aangepast. De uitspraak en het accent waren Noorweegsch, en de vreemde families hadden zich in de loop der tijden in die mate aan de oorspronkelijke ingezetenen geassimileerd, dat er geen sprake meer was van tweeerlei bevolking. Het was trouwens een wederzijdsch assimilatieproces geweest; de stadsbevolking, met name het ontwikkelde deel daarvan, had ook veel van de vreemdelingen overgenomen, en de kloof tusschen stad en platteland was daardoor dieper geworden, dan zij onder meer gewone omstandigheden pleegt te zijn.

Zoodoende bestond er slechts weinig geestelijke gemeenschap tusschen stad en land, waarbij het gewestelijk verschil een grootere rol speelde dan het standsverschil, ofschoon ook dit natuurlijk wel zijne betekenis had. Voor de plattelandsbevolking beteekende dit een ophouden van het litteraire leven en een verval van de taal. Aan zich zelf overgelaten, bewaarde het volk zijn schatten aan volksliederen, sprookjes, locale sagen, die uit de middeleeuwen waren overgeleverd, maar deze dingen voerden een poover bestaan in mondelinge overlevering; pas in de loop der 19e eeuw zouden zij onder de invloed van nieuwe gedachten opgezocht en algemeen bekend gemaakt worden; de achttiende eeuw droeg nauwelijks eenige kennis van hun bestaan. En daar de Deensche taal het voertuig was ook voor het schoolonderwijs en de kerkdienst, accentueerde zich in de taal van het platteland bij gebrek aan vereenigingspunt het onderscheid der dialecten. Dit kan er toe hebben meegewerkt, dat het voor bewoners van ver uiteenliggende landstreken zelfs moeilijk werd, elkander te verstaan.

Eene letterkunde kon dus alleen bloeien in de eenige taal, die een eenheid vertegenwoordigde, en die ook de taal van het meest ontwikkelde deel der bevolking was, het Deensch, zooals het in Noorwegen gesproken werd, het later, zo genoemde Noorsch-Deensch. Zooals die taal geschreven werd, was zij van het Deensche Deensch nauwelijks te onderscheiden. Een Noorweegsch schrijver mocht soms in meer of minder mate woorden en uitdrukkingen bezigen, die in Denemarken niet gebruikelijk waren; dit waren provincialismen, die toch niet aan de taal een zeer bijzonder karakter gaven[1].

Deze stand van zaken was natuurlijk voor de zelfstandigheid der Noorweegsche cultuur niet bevorderlijk. Maar aan de andere zijde won Noorwegen er ook iets bij. In plaats van de directen samenhang met de minder ontwikkelde volksklasse,--een samenhang, die in dien tijd toch niet heel veel kon beteekenen--, trad een samenhang met Denemarken, dat geographisch zooveel gunstiger gelegen was en zooveel meer van de algemeen Europeesche cultuur had opgenomen. Zoolang een nationale tegenstelling, die een vruchtbare samenwerking tegenhoudt, niet gevoeld werd, kon Noorwegen uit Denemarken vele impulsen ontvangen, en bovendien bood Denemarken aan begaafde mannen uit Noorwegen de gelegenheid, niet slechts om hun talenten te ontwikkelen, maar ook om die tot hun recht te laten komen. Noorweegsche jongelieden studeerden in Kopenhagen, Deensche kunstenaars hielden zich in Noorwegen op, en onder de dichters der periode van Deensch-Noorsche gemeenschap zijn vele Noormannen. De grondlegger der nieuwe Deensche letterkunde, Holberg, was uit Bergen afkomstig, en onder de Noorsche dichters uit het slot der 18e eeuw zijn er, die voor Deensche tijdgenooten volstrekt niet onderdeden.

De eenheid van taal met Denemarken was ook gunstig voor de boekenmarkt. Ongetwijfeld was het debiet, dat een Noorweegsch schrijver bij het beschaafde Deensche publiek wachten kon, grooter dan het geval zou geweest zijn bij de onontwikkelde massa in zijn eigen land, ook indien er in het geheel geen verschil in taal had bestaan. In een tijd, waarin nog betrekkelijk weinig gelezen werd, had deze omstandigheid voor een klein land geen geringe betekenis.

Sedert 1814 is plotseling de geheele toestand veranderd. De band met Denemarken is afgebroken, en daarmee is stagnatie ingetreden. Want het was door Denemarken, dat Noorwegen tot nu toe in contact stond met de wereld daarbuiten. Nu is de geestelijke toevoer afgesneden, en het land is op zich zelf aangewezen. Geen wonder, dat de bron aanvankelijk geheel schijnt uit te drogen. Er heeft een concentratie van krachten plaats, die noodig is, om de geweldige taak, die het Noorsche volk op zich nam, het vormen, niet slechts van een nieuwen staat, maar ook van een nieuw volk, dat ook in het geestelijke zich onafhankelijk toont, te volbrengen.

De krachten van het nieuwe volk worden in de eerste plaats besteed aan het scheppen van ontwikkelingsmogelijkheden; de ontwikkeling zelf moet later volgen. Voor alles moet de nationale zelfstandigheid gevestigd en bevestigd worden. Gewaarborgd is zij door de grondwet van 1814, maar veilig is zij nog lang niet. Bedreigd wordt zij door absolutistische neigingen van de nieuwen vorst, niet minder door het volstrekt niet denkbeeldige gevaar eener nieuwe amalgamatie, ditmaal met Zweden. Bedreigd wordt zij ook door de geweldigen schuldenlast van de jongen staat, dien het aan oeconomische hulpbronnen bijna geheel ontbreekt, en voor wien een bankroet, vooral in de jaren van reactie, toen de groote machten op het voor zijn tijd zeer democratische Noorwegen geen goed oog hadden, ongetwijfeld de ondergang zou beteekenen. Geen wonder dus, dat oeconomische en politieke zorgen de beste hoofden in beslag namen. Men koestert belangstelling voor het geestelijk leven; men is zich bewust, dat dit de edelste bloem van een zelfstandige nationaliteit is; men vat het op als een zaak van staatszorg, zooals onder anderen blijkt uit de ernstige pogingen, om de jonge universiteit van Kristiania tot ontwikkeling te brengen. Maar de tijd en de rust, om cultuurwaarden te scheppen, ontbreken nog. Wat er aan literatuur voor de dag komt, draagt het stempel van deze armoede. Het zijn of herhalingen der poezie van de achttiende eeuw, of bombastische loftuitingen op het Noorsche volk en de Noorsche vrijheid. De dichternamen uit dien tijd, Lyder Sagen, Johan Storm Munch, C.N. Schwach, Maurits Hansen en andere, zijn alle vergeten. Op zijn hoogst brengen zij het tot wat navolging van vreemde voorbeelden, Schiller, Ohlenschlaeger, de Duitsche romantici; iets origineels is er niet bij. Teekenend voor de toestand zijn twee verzamelingen, die in het begin van 1815 en 1816 uitkwamen als nieuwjaarswerken van de Noorweegschen zangberg. De eerste droeg de titel 'Nor, en poetisk Nytaarsgave for 1815'. Ongeveer al, wat zich in Noorwegen dichter noemde, was hier opgekomen; het getal voor de twee bundels bedroeg twintig, en de uitgever roemt er op dat "ook tusschen Noorwegens klippen bloemen groeien". Maar onder die twintig is er niet een, die een nieuwen of ook maar frisschen toon aanslaat.

FOOTNOTES:

[Footnote 1: Bijzonderheden over de geschiedenis van het Deensch in Noorwegen deelt D.A. Seip mee in een onlangs verschenen boekje 'Dansk og Norsk i Norge i eldre Tider', Kristiania 1921. Zie ook van denzelfden schrijver 'Norsk Sproghistorie' (1920).]



2. 'Wergeland--Welhaven.'

Omstreeks 1830 komt er verandering, en wel, zooals in dit land van nevel met plotseling doorbrekende zonnestralen zo dikwijls gebeurd is, als met een tooverslag. Een tweetal dichters treedt op en vervult stad en land--maar toch vooral de stad--met rumoer. Het is treffend, dat wij bij deze eerste vlucht omhoog, die de nieuwe Noorsche literatuur maakt, een tegenstelling ontmoeten, die wel in de hierboven beschreven toestand haar oorsprong heeft, maar die toch onder wisselenden vorm ook later tot uitdrukking komt, een tegenstelling tusschen tevredenheid met hetgeen verkregen is, en ontevredenheid met hetgeen men mist, tusschen nationale zelfgenoegzaamheid en verlangen naar internationale gemeenschap, tusschen democratische volheid van gemoed en aristocratische fijnheid van geest, tusschen een jubelend optimisme en een religieus getint pessimisme, tusschen een gedragen worden door de algemeenen stroom en een verzet tegen de tijdgeest, gepaard met de moed, om alleen te staan. Het is de tegenstelling Wergeland--Welhaven.

Henrik Wergeland werd in 1808 geboren en stierf in 1844. Hij is dus niet meer dan 36 jaar oud geworden. In dien korten leeftijd heeft hij een productiviteit ontwikkeld, die ook bij een man, die het dubbele aantal jaren geleefd had, groot zou mogen worden genoemd. Een deel van zijn jeugd bracht hij door te Eidsvold, op de plaats, waar de grondwet tot stand was gekomen. In het huis van zijn vader, een nationalistisch predikant, een man van betekenis, die ook bij de gebeurtenissen van 1814 een rol gespeeld had, groeide de jongen op in een milieu, waar de herinnering aan dat jaar hoog gehouden werd, en dit milieu heeft een stempel op zijn karakter en op zijn werken gezet. Op jeugdigen leeftijd kwam hij naar Kristiania en genoot daar terstond een bijna volledige vrijheid, en van die vrijheid maakte hij al het gebruik, dat levendige, opgewonden jonge menschen van vrijheid plegen te maken. Vroeg onderscheidde hij zich door grooten aanleg in verschillende richtingen, maar niet door bijzonderen ijver, allerminst voor zijn studievak, de theologie. Zijn studie heeft hij ten einde gebracht, maar hij is niet in kerkelijken dienst getreden. In 1839 werd hij bureauchef aan het rijksarchief, welke betrekking hij tot zijn dood, vijf jaar later, bekleedde. Een korten tijd heeft hij door de redactie van een courant aan de actieve politiek deelgenomen.

Reeds vroeg is Wergeland begonnen te dichten. Zijn eerste omvangrijke werk, tevens het omvangrijkste, schreef hij in 1830 op een-en-twintigjarigen leeftijd. Het is getiteld 'Skabelsen, Mennesket og Messias' (De schepping, de mensch en de Messias).

Dit werk is een vrucht der Juli-revolutie. Dit is niet zo te verstaan, dat het zijn stof aan de revolutie zou ontleenen. Integendeel, de stof had Wergeland reeds jaren bezig gehouden, maar de denkbeelden zijn die van de tijd, en de gebeurtenissen van 1830 hebben het gedicht van meer dan 700 bladzijden doen rijpen. Toen Wergeland eenmaal was begonnen te schrijven, ging het met een verbazende snelheid voort; het manuscript van het begin ging naar de drukkerij, terwijl de dichter bezig was met de volgende vellen.

Eigenaardig is de vroege rijpheid van Wergeland. Zijn levens- en wereldopvatting is, gelijk Gerard Gran opmerkt, met het schrijven van dit gedicht gevormd. Later verbreedt hij zich, hij gaat ook in het formeele vooruit; hij bemoeit zich met allerlei zaken, maar zijn persoonlijkheid behoudt het karakter, dat zich hier vertoont.

De bedoeling van het dramatisch gedicht is een allegorisch-philosophische. Er wordt gebruik gemaakt van bijbelsche overleveringen en van historie, maar de fantasie speelt een hoofdrol. Wanneer de aarde geschapen is en bevolkt met het eerste menschenpaar, komen een paar geesten van verre werelden, die reeds een lange ontwikkeling doorgemaakt hebben, en begeven zich in de lichamen dezer nog dierlijke menschen. Daardoor is de mensch een mengsel van dierlijkheid en goddelijkheid, en de geschiedenis bestaat in de strijd van deze twee naturen. In gruweldaden van heerschers openbaart zich de dierlijke natuur, in Jezus leven behaalt voor het eerst het goddelijke een volkomen overwinning, en datzelfde geschiedt volgens de dichter telkens, wanneer de menschheid tegen despoten opstaat. De revolutie is daarom een overwinning van het goddelijk beginsel. Het boek wordt daarom ook door de dichter een "bijbel der republikeinen" genoemd.

Vraagt men naar de betekenis van het werk, dan dient men te onderscheiden tusschen dat, wat het voor de wereldliteratuur beteekent, en wat het voor Noorwegen geweest is. Nieuwe gedachten heeft het aan de menschheid niet gegeven, en de onbeholpen vorm heeft ook niet bijgedragen, om het buiten s lands grenzen bekend en geliefd te maken. Maar voor Noorwegen was vooreerst reeds dit een gebeurtenis, dat een gedicht van zulk een omvang verscheen. En het genre was nieuw, en de gedachten waren in de geest van de tijd. Ook sprak geestdrift uit iedere bladzijde. Wel waren de lofzangers talrijker dan de lezers--Wergeland wordt nog steeds weinig gelezen--, maar de heftige toon, die tegen potentaten werd aangeslagen, won voor het boek toch vele vrienden, en de kritiek, die onverwacht op zeer mondigen toon tegen het gedicht optrad, en waarover hieronder meer zal gezegd worden, maakte het tot een evenement, tot een voorwerp van strijd. Reeds dit, dat er strijd over een literatuurwerk werd gevoerd, was een novum.

Voor de ontwikkeling der Noorweegsche dichtkunst heeft 'Skabelsen, Mennesket og Messias', gelijk de geheele productie van Wergeland, groote betekenis. Want zijn stijl is geheel nieuw. De klassieke rust der voorafgaande periode is verdwenen, de dichter is in ademlooze beweging; zijn werk is over ende over gevuld met beelden, die elkander verdringen, in de regel zo snel, dat de duidelijkheid eronder lijdt, maar men krijgt toch de indruk van een machtig persoon, die veel te zeggen heeft,--soms echter ook zo veel, dat hij valt over zijn woorden. Er is storm in het gedicht, en storm was het juist, waaraan behoefte gevoeld werd.

In de volgende jaren heeft Wergeland buitengewoon veel geschreven, een groot aantal lyrische gedichten, verder gedichten in dramatischen vorm (o.a. 'Papegoien, Stockholmsfareren, Den Konstitutionelle, Barnemordersken' e.a.), vertellingen in verzen ('Jan van Huysums Blomsterstykke, Den engelske Lods'), verhandelingen over politiek, geschiedenis ('Norges Konstitutions Historie'), moraal, taalhervorming en vele andere zaken. Naarmate hij eenigszins tot rust komt, geraakt hij ook tot grooter helderheid, en hij heeft dingen geschreven, die men thans nog met een niet uitsluitend historisch doel kan lezen. Zijn betekenis is echter niet alleen in zijn geschriften gelegen, maar ook in zijn leven met zijn volk en zijn rustelooze werkzaamheid voor algemeene belangen, als daar waren, verlichting, uitbreiding van vrijzinnige denkbeelden, ook practische verbeteringen, bij voorbeeld de emancipatie der Joden. Het werk voor verlichting hangt samen met de houding, die hij en zijn geestverwanten tegenover de boerenstand aannamen. Door de vrijzinnige staatsinrichting van 1814 waren de boeren geroepen om regeerders te worden, maar de Noorweegsche boerenstand was een in onwetendheid verzonken menigte; het was noodig, haar kennis bij te brengen, om haar in staat te stellen, werkelijk de taak op zich te nemen, die voorloopig nog slechts in naam de hare was. Zooveel hij kon, heeft Wergeland dit doel gediend. Een korten tijd heeft hij de smart der impopulariteit gevoeld; het was, toen hij in het jaar 1838 een jaargeld aannam van Carl Johan,--inderdaad een inconsequente handelwijze voor de dichter van een bijbel der revolutiemannen, die gewoon was op "tyrannen" af te geven. Zijn vijanden hebben hem om die reden streng veroordeeld, en hij verloor bij die gelegenheid ook vele vrienden. Maar allengs verbeterde de stemming weer, en toen hij stierf, werd zijn dood gevoeld als een nationaal verlies.

Het verschijnen van Wergelands hierboven besproken gedicht gaf aanleiding tot het eerste optreden van zijn tijdgenoot en antipode Welhaven. Welhaven was in Bergen geboren (1807) en stamde uit een aristocratische ambtenarenfamilie, die de verbinding met Denemarken en de Deensche cultuur had aangehouden. Zijne moeder was een nicht van de Deenschen dichter P.A. Heiberg, de vader van de dichter-philosoof J.L. Heiberg. Met deze beiden, vader en zoon, had Welhaven de polemische gave gemeen. Als student behoorde Welhaven tot een clique rustige jonge menschen met aesthetische neigingen; het lawaai dat de Noorsche patriotten maakten, was dezen menschen een doorn in het oog. Men uitte zijn patriottisme door een eeuwig bluffen op de bijzondere qualiteiten van de Noorweegschen "odelsbonde" (d.i. de boer, die bezitter van zijn goed is), en daarmee ging een smalen gepaard op wat vreemd, vooral op wat Deensch was. In de politiek was Zweden de bete noire geworden; in zaken van cultuur was het nog steeds Denemarken.

Het patriottisme uitte zich ook in het verbod, om kleeren te dragen of voorwerpen te gebruiken, die niet in Noorwegen gemaakt waren. En voorts in straatoploopen en andere luidruchtige manifestatien. De aanvoerder van die bende onrustige lieden was Wergeland. En deze man vermat zich nu ook, dichter te zijn en de stad te overstroomen met smakelooze verzen. Het verschijnen van 'Skabelsen, Mennesket og Messias' deed de emmer overloopen; het gaf aanleiding tot een gedicht van Welhaven, waarin deze Wergeland zijn "razen tegen het verstand" verweet. Een heftige pennestrijd volgde; de concurrenten vervolgden elkander met epigrammen. Meer dan eenmaal afgebroken, werd deze strijd daarna met nieuwe heftigheid voortgezet.

Wat men het minst zou verwachten, is echter, dat hij een blijvend resultaat heeft opgeleverd. Voor Welhaven verloor de veete op de duur het persoonlijk karakter, dat zij een tijd lang aannam; het werd voor hem een strijd om beginselen. Wergeland werd steeds meer voor hem de representant eener geestesrichting, die hij verfoeide, en zo treedt in plaats van de epigrammen tegen de vijand de kritiek op het Noorwegen van dien tijd. Op deze wijze is het merkwaardige gedicht tot stand gekomen, dat 'Norges Daemring' (De Schemering van Noorwegen) heet.

Een grooter tegenstelling dan die tusschen 'Skabelsen', 'Mennesket og Messias' en 'Norges Daemring', laat zich niet denken. In 'Norges Daemring' voor het eerst wordt de taal van het jonge Noorwegen tot het voertuig van scherpe gedachten en scherpe polemiek. Het gedicht bestaat uit 76 sonnetten; de vorm is meesterlijk.

Zoowel in de beheersching van taal en metrum, als in de gedachtengang herkent men de voorlooper van Ibsen. Een somber beeld van Noorwegen krijgen wij hier te zien, een gansch andere schildering, dan die, welke de patriotten gewend waren te geven. Groot en sterk is het land, krachtig en dreigend verheffen de rotsen zich uit zee en nevel. Maar tusschen die rotsen zijn plekken, door de natuur begunstigd en rijk gemaakt. Hoe staat het nu met de bewoners? Heeft het volk oog voor de schoonheid der natuur? Neen, zijn geheele belangstelling is bij de zorg voor de dag van morgen, bij visch, bij vee, bij planken. Geen vleugelslag, geen zang, geen verheffing. De dichter bezoekt in gedachte de verschillende steden van het land: Kristiania, Kristiansand, Bergen, Trondhjem;--nergens vindt hij een spoor van geestelijk leven. Wat hij wel vindt, is bluf. Men bluft op de voorvaderen, maar wat helpen al die groote herinneringen, wanneer zij niet tot eigen daden aansporen? En welken zin heeft voorts het geschreeuw der ultra-noorsche patriotten om vrijheid? Dat is slechts een naschreeuwen van hetgeen in groote landen geroepen wordt. Doch men vergeet, dat ginds, in die landen, iets is, om tegen te vechten; daar is dwingelandij en er is dus grond voor krijgsgeschreeuw. In Noorwegen echter bezit men alle burgerlijke vrijheid, die denkbaar is. Wat hier ontbreekt, is de vrijheid des geestes, de wil om te luisteren naar betere klanken dan dat zinnelooze gebrul. De schreeuwers regeeren; de overigen gaan ongestoord voort, zich alleen om eten en drinken te bekommeren. Slechts in de hoop, dat eenmaal daad zal worden, wat nu woorden zijn, zoekt de dichter troost[2]. Adeldom verplicht. De hooge Saga (d.i. de geschiedenis, die de daden der voorvaderen bericht) vliegt over de bergen en fjorden met haar waarschuwend woord, waarover het volk zich verwondert:

"Din Hjemstavn, Bonde! er en heilig Jord; hvad Norge var, det maa han engang vorde paa Land, paa Bolge og i Folkerang."

(Uw land, boer, is een heilige grond; wat Noorwegen was, dat moet het eenmaal worden, op land, op de golven en in de rangorde der volken).

'Norges Daemring' is zelf een daad geweest en heeft het zijne er toe bijgedragen, Noorwegen 'i folkerang' te doen worden, wat het eenmaal was. Een daad is het gedicht in de eerste plaats als uitdaging aan de massa van de moedigen man, die alleen durft te staan. Welhaven kreeg ook te voelen, dat hij de hoop uitgedaagd had. Een tijd lang was hij ongeveer vogelvrij. Op een avond werd iemand, die op hem geleek, door een troep gemeen afgeranseld.

Een daad was 'Norges Daemring' niet minder in de literatuur. Hier werkt die daad pas laat na. Maar de snaren, die eenmaal aangeroerd waren, klonken door, en zij zijn later opnieuw gebruikt, om melodieen te laten hooren van gelijken aard maar met nog forscher klank.

Voor het hedendaagsche Noorwegen behoort de strijd tusschen Wergeland en Welhaven altijd nog eenigszins tot de strijd van de dag. In de uitvoerigste "Literaturhistorie" van Noorwegen van Henrik Jaeger kan men het verwijt aan Welhaven lezen, dat hij zijn tijd niet begreep, dat de groote dingen, die om hem heen gebeurden, hem koud lieten. En ongetwijfeld is dit waar, dat de politieke ontwikkeling, die Noorwegen in de 19e eeuw heeft doorgemaakt, en de volkomen afscheiding van Zweden nauwer samenhangen met de dingen, waarvoor Wergeland ijverde, dan met de kritiek van Welhaven. Maar een dichter, die tegen de tijdgeest opkomt, is niet altijd een achterblijver of een slechte verstaander, en zeker is het, dat zonder de zelfkritiek, waartoe Welhaven aanspoort, op de duur evenmin resultaten, ook politieke, zouden bereikt zijn dan zonder het sterke, maar tot bravade geneigde enthousiasme van Wergeland. Voor de latere literatuur zijn beiden baanbrekers geweest. En de beide typen zijn in Noorwegen inheemsch. De veelzijdigheid en de vruchtbare fantasie van Wergeland, en ook zijn behoefte, om aanvoerder van een massa te zijn, vinden wij terug bij Bjornson; het scherpe verstand, de vlijmende spot, het pessimisme, de voortreffelijke versificatie van Welhaven keeren bij Ibsen weder. En gelijk Bjornson ook in zijn patriottische zelfvoldaanheid op Wergeland gelijkt, zo zijn Ibsen s afkeer van grootspraak zonder daden en zijn sympathie voor Denemarken verwant met gelijke trekken bij Welhaven.

Voor de taal hebben beide dichters verdiensten. Karakteristiek voor Wergeland is zijn voorliefde voor Noorsche woorden. Hij zet een der eerste stappen op de weg der vernoorsching van de rijkstaal, in zijn verhandeling van 1835 over Noorsche taalhervorming[3], en de practijk tracht hij daarbij aan te passen. De taal van Welhaven is Deensch als die der vorige periode. Maar in meesterschap over de vorm wint hij het verre van Wergeland. Zijn kritische geest liet hem niet alleen bij de gebreken van anderen stilstaan; hij was ook niet snel tevreden met zich zelf; hij werkte lang aan zijn gedichten en liet ze niet drukken, wanneer zij maar half af waren.

Welhavens hekeldicht is uit een reine bron voortgekomen; het is door verontwaardiging ingegeven. De satyrische ader had hij, maar zij vloeide slechts, wanneer de daartoe noodige stemming gewekt was. Hij had ook een andere zijde. Wanneer zijn spotzucht niet gaande gemaakt werd, was hij zachtmoedig en tot melancholie geneigd. Deze zijden van zijn karakter komen vooral op de voorgrond in zijne productie gedurende een volgende periode en onder de invloed van nieuwe gedachtenstroomingen.

FOOTNOTES:

[Footnote 2:

Hvad nu er Ord skal engang vorde Daad, hvad nu er taust skal finde starke Munde i Thingets Sale og i Templets Buer; hvad nu er Larm skal blive vise raad, og vis ne ho der byttes om med sunde-- hvad nu er Glimt skal engang vorde Luer! ]

[Footnote 3: 'Om norsk sprogreformation'. Een voorganger had Wergeland hier in J.A. Hielm (1831), wiens denkbeelden hij verder ontwikkelt.]



HOOFDSTUK II.

ROMANTIEK.

1. 'De volksromantiek'.

Omstreeks 1840 breekt voor de Noorweegsche poezie een bloeiperiode aan. Het is de romantiek, die haar intocht houdt[4]. De vorige periode leefde in denkbeelden, die stamden uit het tijdvak der verlichting en der Fransche revolutie. Zij waren naar Noorwegen overgebracht en hadden daar een patriotsche tint gekregen, maar zij verloochenden toch hun oorsprong niet. Men sprak veel van de rechten van het volk, maar van hetgeen in het volk zelf omging, droeg men toch geen kennis. Hierboven werd er reeds op gewezen, dat de odelsbonde wel geroepen geacht werd, om te regeeren, maar dat men tegelijk overtuigd was van zijne diepe onwetendheid. Deze te overwinnen was de eerste taak van wie het met de toekomst van land en volk goed meende. Maar nu werd dit anders. De romantiek vlucht uit de wereld naar de eenvoud en de stilte der natuur, en daar ontdekt zij de boer, niet als nieuwen of toekomstigen machthebber, maar als drager van oude tradities, die in haar oogen, juist doordat hij met de cultuur niet in aanraking geweest is, een frischheid en oorspronkelijkheid bezit, waaraan op het gegeven oogenblik voor alles behoefte bestaat. Nu wordt deze partij de nationale; wat zij op het platteland in vertellingen en volksgeloof vindt, dat zijn de krachten, die in het eigen volk leven, terwijl de denkbeelden, die onder de vorige generatie het meest op de voorgrond traden, uit Frankrijk geimporteerd waren, en dus voor vreemd goed golden. Op deze wijze werden de hekken van het patriottisme verhangen.

De belangstelling in volksoverleveringen was toch niet in Noorwegen zelfstandig ontstaan. Het was een beweging, die over Europa gegaan was en zelfs zeer laat Noorwegen bereikte. In Engeland was zij in de tweede helft der achttiende eeuw begonnen; daarna was zij naar Duitschland gekomen, waar men de zaak grondig had opgevat. Herder was begonnen met studien over volkspoezie; deze hadden tijdgenooten aanleiding gegeven, om of de stof te gebruiken in eigen gedichten, of de toon van het volkslied aan te slaan. Daarop waren de verzamelaars gekomen, die niet de stof gebruikten voor vrije bewerkingen, maar de nadruk legden op getrouwe weergave van het overgeleverde (Grimm s Kinder- und Hausmaerchen, in minder mate Arnim en Brentano, Des Knaben Wunderhorn). In het begin der eeuw bereikt de beweging Denemarken, waar vooral de meest bekende dichter van de tijd, Ohlenschlaeger, zich van deze stoffen meester maakt en tal van romantische gedichten in het licht geeft. En nu is Noorwegen aan de beurt. Van de beginne af treden hier de beide richtingen op, die in Duitschland op elkaar gevolgd waren, de opname van stof en vorm door dichters, die er toch iets anders van maken, en de getrouwe weergave der overlevering. Het geluk wilde, dat dit laatste werk in handen kwam van menschen, die daartoe een buitengewone bekwaamheid bezaten en dientengevolge verzamelingen tot stand gebracht hebben, die voor het geestelijk leven van het geheele volk de grootste betekenis gekregen hebben en nog bezitten. Deze mannen zijn P.C. Asbjornsen en Jorgen Moe. Bij deze uitgevers van vertellingen sluit zich als eerste uitgever van volkspoezie M.B. Landstad aan.

Asbjornsen en Moe hebben vele jaren besteed aan het verzamelen van de stof en aan het zoeken naar de juisten vorm, waarin zij de vertellingen zouden geven[5]. De groote moeilijkheid was gelegen in de taal. De overlevering der vertellingen was in dialect, maar van een uitgave van teksten in dialect kon in die dagen natuurlijk geen sprake zijn. Niet alleen, omdat voor dialect geen belangstelling bestond, maar ook omdat dialect voor ruw en lomp doorging, zoodat de vertellingen in dezen vorm bij het meerendeel der lezers, die zij dan nog zouden vinden, aanstoot zouden geven. En toch waren de uitgevers zich bewust, dat juist in de bijzondere wijze van uitdrukking de poezie dezer vertellingen gelegen was. Zij hebben toen een tusschenweg gezocht. De stukken werden uitgegeven in de officieele taal, het Deensch-Noorsch, maar in stijl en uitdrukking werd alles behouden, wat in die taal er maar even door kon, zonder al te veel als een vreemd element gevoeld te worden. Dit is hun zo goed gelukt, dat hun boeken een populariteit verworven hebben, die tot heden toe nog niet verminderd is. Daar deze boeken door iedereen gelezen worden, hebben zij ook een zeer grooten invloed gehad op de ontwikkeling der Noorweegsche litteraire taal. De vernoorsching van het Deensch-Noorsch, waartoe Wergeland een aanloop genomen had, neemt van deze boeken haar uitgangspunt. En deze betekenis voor de taal hebben de latere uitgaven behouden. Naarmate het lezend publiek onder de invloed van een voortgaande ontwikkeling in de taal zich wende aan een meer Noorsch getinten stijl, is ook de uitdrukking in de vertellingen telkens nader gebracht bij de mondelinge overlevering, en hierdoor hebben die boeken, in plaats van achteraankomers te worden, hun rang van voorgangers behouden. Dit is een der verdiensten geweest van Moltke Moe, de zoon van Jorgen, die op de door zijn vader ingeslagen weg is voortgegaan.

De 'Norske Folkeeventyr' (Noorweegsche Volkssprookjes), die in 1841 verschenen[6], behooren tot het beste, wat men in de Noorweegsche letterkunde lezen kan. De stof is, zooals men verwachten kan, grootendeels internationaal, maar tegelijk is de wijze van vertellen zo eigenaardig, dat men hier een beter beeld van het volksleven krijgt dan in de beste schildering van een dichter, die zijn eigen opvatting meedeelt. Het is het volk, dat zich zelf schildert in dat, wat het bewondert of soms ook verfoeit. Maar meer dan dat. De stijl heeft een geheel eigen karakter en is veel kernachtiger, dan men anders in anonyme literatuur aantreft. De dialoog doet ons verstaan, dat Noorwegen groote dramatische dichters heeft voortgebracht. Van zijn frischheid heeft het werk tot op dezen dag niets verloren.

Een eenigszins ander karakter dan de 'Folkeeventyr' dragen twee andere verzamelingen van Asbjornsen, 'Norske Huldreeventyr og Folkesagn' (N. Elvensprookjes en Volksverhalen), die in 1845 en 1848 werden uitgegeven. Asbjornsen treedt hier zelfstandiger op, en hij maakt de overgang van romantiek tot realisme. Ofschoon het woord "eventyr"[7] in de titel voorkomt, houden die boeken toch geen sprookjes in, maar mededeelingen omtrent volksgeloof, grootendeels in concrete voorbeelden. Asbjornsen legt de verhalen in de mond van vertellers, met wie hij heeft omgegaan, en zelf geeft hij een omlijsting. Aanvankelijk is de schrijver nog geheel bevangen in de natuurmythische verklaring van het bijgeloof, die een dogma der romantiek was, en hij offert daaraan een groot deel van zijn arbeid. Hiermee hangt samen, dat natuurschilderingen een groote plaats innemen. Maar allengs overweegt de belangstelling voor zijn vertellers, en dezen en hun gesprekken geeft hij met groote trouw aan de natuur weer. Ook de behandeling der taal is niet dezelfde als in de Folkeeventyr; de menschen spreken hun eigen--Oostlandsch--dialect. Het werk van Asbjornsen opent zoodoende de reeks schilderingen uit het volksleven, waaraan de Noorweegsche letterkunde zo rijk is. Het verst gaat in de richting van het realisme het stuk, dat de titel 'Plankekorerne' (De Plankenvoerlui) draagt.

Asbjornsen is hier zijn tijd ver vooruit; het zou nog circa 30 jaar duren, voor anderen zijn voorbeeld zouden volgen. Het is echter karakteristiek voor de tijd, dat deze vrije stijl in de Huldreeventyr og Folkesagn alleen daar bestaat, waar Asbjornsen aan zijn zegslieden het woord geeft. In zijn eigen inleidingen heerscht een litteraire, ingewikkelde stijl, zooals die toen in geletterde kringen werd mooi gevonden. Daardoor valt het boek stilistisch uiteen. Maar aan dit gebrek heeft het een deel van zijn onmiddellijk succes te danken. De Folkeeventyr, die geen inleidingen van eigen maaksel hebben, en waaraan ook Moe een groot aandeel heeft, zijn van het genoemde gebrek vrij.

In 1853 gaf Landstad uit 'Norske Folkeviser'. Daarop volgde in 1858 een kortere verzameling van Sophus Bugge: 'Gamle norske Folkeviser'[8]. Deze boeken zijn niet zo algemeen geliefde lectuur geworden als de sprookjes van Asbjornsen en Moe. Eene tweede uitgave hebben zij niet beleefd[9]. Begrijpelijk is dit wel. Hier kon er geen sprake van zijn, de stof door weergave in de algemeene taal meer toegankelijk te maken. De gedichten konden natuurlijk slechts in het dialect, waaruit zij werden opgeteekend, worden uitgegeven; wel heeft Landstad de taal geaerchaiseerd, maar hierdoor zijn de gedichten niet meer algemeen toegankelijk geworden. Ook door andere oorzaken zijn zij moeilijk te verstaan. De overlevering is veelal gebrekkig; vele plaatsen zijn reeds voor de mededeelers niet helder geweest. De omvang der beide uitgaven is veel geringer dan van die der sprookjes; blijkbaar was, reeds toen de opteekening begon, van de volksliederen veel vergeten, terwijl de sprookjes en sagen zich nog in levendigen bloei verheugden. Noorwegen staat hier ver bij Denemarken achter, waar zooveel volksliederen in een veel vroegere periode (de 16e eeuw) zijn opgeschreven.

Niettemin hebben de liederenverzamelingen, met name die van Landstad, niet uitsluitend wetenschappelijke betekenis gehad. Al zijn de gedichten niet de lectuur van het groote publiek geworden, de dichters hebben ze gelezen, en een tijd lang hebben zij op de poezie in hooge mate bevruchtend gewerkt. De invloed, die op deze wijze van Landstads uitgave is uitgegaan, zal verderop in dit werk ter sprake komen.

Komen wij tot de zelfstandige dichters der romantiek, dan moet in de eerste plaats, reeds om chronologische redenen, Welhaven genoemd worden. Na de daemringsfeide[10] zweeg hij tot 1839; toen gaf hij een bundel 'Digte' uit. Later verschenen 'Nyere Digte' 1845, 'Halvhundrede Digte' 1848, 'Digte' 1851, 'Digte' 1860, eindelijk nog 'Sidste Digte' (van 1860 tot 1866). Deze bundels houden de belangrijkste lyriek in, die de eerste helft der eeuw heeft voortgebracht.

De bundel van 1839 toont nog geen sporen der romantiek, maar toch ontmoeten wij daar een anderen Welhaven dan in 1834. Men kan de inhoud naar de stof in enkele groepen verdeelen, en ieder van deze vindt haar naaste verwanten in de volgende bundels; slechts komt er later een nieuw element bij.

Vooreerst zijn er de mythologische gedichten. Deze knoopen, wat hun gedachteninhoud betreft, aan bij de litterairen strijd der vorige periode. Maar zij verwijderen zich verder van het moment van de strijd en krijgen zoodoende een meer algemeene strekking; de inhoud wordt lyrisch-philosophisch. Het kortst bij de strijd staat 'Vidar'. 'Vidar' is de naam van een zoon van Odin, die in de Noorsche mythologie bij het einde van de wereld het monster Fenrir zal verslaan. 'Vidar' was ook de naam van een studentenverbond, waartoe Welhaven behoorde. De gedachte van het gedicht is, dat men de strijd niet op zal geven, voor men het monster, dat losgebroken is, dat is de tijdgeest, verslagen heeft.

De gedichten 'Sisyphos, Glaukos, Goliath, Mokkurkalv, Nehemias' (1839), 'Tantalos, Protesilaos, Kalchas' (1845), 'Herakles, Ganymedes, Philoktetes' (1860), drukken stemmingen uit, die hun uitgangspunt in het voorgaande hebben, het bewustzijn, een mannelijke daad te hebben verricht, onmisbaar te zijn, toch alleen te staan. Het gevoel van eenzaamheid neemt toe; daarmee gaat gepaard een zich afwenden van de wereld, een toon van religieuse resignatie. Er is ook hier een merkwaardige analogie met de ontwikkeling van Ibsen s gedachtengang, nadat hij in 'Et Dukkehjem' en 'Gengangerne' met de publieke opinie slaags was geweest. Eerst komt een uiting van lust om de strijd voort te zetten in 'En Folkefiende', dan de ontmoedigde verklaring, dat de man, die de waarheid zegt, slechts onheil stichten kan, in 'Vildanden'[11].

Een andere belangrijke groep gedichten van Welhaven, insgelijks vertegenwoordigd in de bundels van 1839 tot en met 1860, zijn de liefdegedichten. Deze hebben een achtergrond in de werkelijkheid. Welhaven heeft een meisje liefgehad, waarmee hij niet kon trouwen, omdat hij geen geld en weinig vooruitzichten had. Zij hebben elkander blijven liefhebben, van tijd tot tijd op straat een enkelen blik, een enkel woord wisselend. Toen hij in 1840 een bestaan kreeg als lector aan de universiteit, was het te laat; veertien dagen na zijn benoeming stierf zij. Onder de invloed van stemmingen, die met deze gebeurtenissen samenhangen, zijn de liefdegedichten ontstaan. Zij zijn weemoedig, heffen de geliefde op in de sfeer der herinnering, en de liefde in die der gevoelens van eeuwigheid, en zo smelt de stemming dezer gedichten samen met die der mythologische gedichten. Ook hier bestaat een merkwaardige overeenstemming met Ibsen, voor wien de liefde pas wijding voor het leven ontvangt,

"naar lost fra laengsler og fra vild begaer de flyer til mindets aandehjem befriet"[12].

(Kaerl. Komedie, Vaerker II, 261).

Vergelijk daarmee Welhaven s verzen:

"Hver en Fryd maa trylles om til et Savn, som Sjaelen freder; Mindet kun et Held bereder, der er Livets Eiendom"[13].

(Digte 1845. Vaerker II, 234).

Voornaam is deze poezie. De dichter vertelt ons niet, hoe zijn geliefde heet, en waar zij woont en hoeveel liever hij haar heeft, dan anderen hunne geliefde hebben. En zijn smart toont hij ons niet met al haar persoonlijke toevalligheid. Gelouterd in het bad der reflectie, komt zij als schoon gevormde gedachte tot de lezer.

Sedert 1840 is Welhaven ook aangegrepen door de nationaal-romantische beweging en staat hij als romantisch kunstdichter vooraan. Aan deze beweging in verband met de lyrischen trek in de dichter hebben wij Welhaven s natuurpoezie te danken. De romantische vlucht van de stad en de maatschappij voerde niet alleen naar de boeren en hun bijgeloof, maar ook naar de natuur, naar bosch, veld, berg en heide, en men verbond deze dingen, door de natuur te bevolken met de producten van het bijgeloof. Zoo doen dan deze scheppingen der volksfantasie, als huldren, nokken, nissen, die thuis hooren in verhalen, zooals Asbjornsen ze deed, hun intree in de kunstpoezie. Welhaven heeft in dit genre veel natuurschilderingen en ook vertellende gedichten, romances, gedicht. En ook hier verloochent zich de ernstige dichter niet, die nooit tevreden was, voor hij het allerbeste geleverd had, waartoe hij in staat was. Natuurlijk is er in deze wijze van dichten ook een element van mode. Aan de menschen, die er mee begonnen, was het als zoodanig niet bewust. Want zij legden in die mythische figuren een dieperen zin. Bij de navolgers wordt dat licht manier, en een volgende periode heeft hiervan weer genoeg gekregen. Maar daarnaar mogen wij de romantische poezie van een dichter als Welhaven niet beoordeelen. Hij opent de oogen van zijn tijdgenooten voor de natuur; dat anderen, die na hem kwamen, daar ook nog iets anders gevonden hebben, toont slechts, dat de nieuw gevonden bron van poezie een rijke was, die in de behoefte van meer dan een geslacht kon voorzien.

Zoo is de dichter, die in 1831 en 1834 tegen de nationalen bluf optrad, in een latere periode door de romantiek tot een nationaal man geworden. Maar nationaal op een gansch andere wijze dan de patriotten der vorige generatie.

Wat zijn kunstrichting betreft, laat zich bij Welhaven een zich verwijderen van het realisme waarnemen. 'Norges Daemring' is te gelijk idealistisch en realistisch. Idealistisch is het gedicht door des dichters hooge opvatting van het leven en zijn hoop op een toekomst voor zijn land; realistisch is, tot op zekere hoogte althans, zijn pessimistische werkelijkheidsschildering, ofschoon ook deze niet in bijzonderheden afdaalt. Naarmate Welhaven meer eenzaam werd en zijn troost in eeuwigheidsgedachten zocht, verwijderde hij zich van het leven, en de huldre-romantiek werkte in deze richting mee. Er openbaart zich hier in de romantiek zelf een tegenstelling tusschen twee richtingen. Voor de eene--en dit is de richting der huldre-romantiek--bevat het bijgeloof zelf diepere waarheden,--ook Asbjornsen heeft in zijne natuurmythische beschouwingen deze zienswijze gehuldigd,--voor de andere zijn de ware objecten voor onze belangstelling de dragers der bijgeloovige voorstellingen, dus menschen, en deze richting loopt uit op menschenstudie en zoodoende op realisme in de modernen zin. Het is dezen weg, dien Asbjornsen in enkele stukken gegaan is. Er ontstond zoodoende een nieuwe tegenstelling, die zich in de volgende periode met kracht zou openbaren. Welhaven s idealisme wordt voortgezet in de richtingen, die tot ca. 1870 domineeren, Asbjornsen s realisme in de denkbeelden, die dan plotseling aan alle zijden tot doorbraak komen.

Deze tegenstelling werd in de beginne niet zo sterk gevoeld; de punten van aanraking treden sterker op de voorgrond dan de punten van verschil. Welhaven heeft zich ook sterk geinteresseerd voor de verzamelingen van Asbjornsen en Moe en ook wel raad gegeven voor de behandeling der stof. Maar groot is zijn invloed niet geweest. Zijn behandeling der taal was ook een andere. Hij is geen vriend van populaire wendingen. En daarmee gaat zijn sympathie voor Deensche letterkunde en taal gepaard. Zijn taal zelf is het meest Deensche Noorsch van de tijd. Toch ondergaat hij onwillekeurig de invloed van de stof, die hij uit de Noorsche tradities opneemt, en doet hij dus een stap mede in de richting van de vernoorsching der taal, die gedurende de geheele eeuw allengs tot stand kwam. Bij hem bestaat de Noorschheid vooral in de stijl; de woordenkeus blijft in hoofdzaak Deensch.

In 1840 werd Welhaven lector,--later (1846) professor in de philosophie, welk ambt hij tot 1868 bekleedde. Ofschoon hij over het vak, waarin hij aangesteld was, geen werken van betekenis heeft nagelaten, heeft hij door de macht van zijn persoonlijkheid op het jongere geslacht een sterken invloed geoefend. Als literatuur-criticus is hij vruchtbaar geweest; hier toont hij zich meer philosoof dan historicus. Daarom geven zijn wetenschappelijke werken ons een duidelijker voorstelling van de blik, dien hij op literatuur had, dan van de omstandigheden, waaronder andere werken tot stand gekomen zijn. Hij stierf in 1873.

Ook Jorgen Moe, dien wij hierboven als verzamelaar hebben leeren kennen, is als zelfstandig dichter opgetreden. Hij sluit zich geheel bij de natuurromantische richting aan. Zijn gedichten kenmerken zich door eenvoud en religieusiteit.

Natuurgevoel, belangstelling in volksleven, religieusiteit, veelal ook melancholie zijn de romantische trekken van de tijd. Wij vinden deze in verschillende combinaties terug bij de overige schrijvers en dichters der periode. Uit een grooter aantal worden er hier een paar genoemd. Tot de natuurbeschrijvingen moet gerekend worden Bernhard Herre s 'En Jaegers Erindringer', na zijn dood in 1850 uitgegeven. Tot de klasse der schilderingen van het volksleven behoort Ostgaard s 'En Fjeldbygd'. Het boek staat onder de invloed van Asbjornsen s vertellingen, maar hij miste de schrijversgave van zijn voorbeeld. Daartegenover bezat hij een zeer groote kennis van zijn onderwerp en wist door het mededeelen van talrijke details aan zijn werk blijvende waarde te geven. Daardoor doet hij een nieuwen stap in de richting van het realisme. Maar men kan twijfelen, of het boek wel tot de poetische literatuur gerekend kan worden. Aan Auerbach, wiens Dorfgeschichten hij op raad van Asbjornsen las, en van wien hij ook een en ander vertaald heeft, ontleent hij het denkbeeld, om zijn zedenschilderingen op te hangen aan de kapstok van een vertelling; afgezien daarvan is het werk eer een verhandeling.

Voorts komt hier in aanmerking Hans Schultze, die een reeks vertellingen schreef, samen uitgegeven onder de titel 'Fra Lofoten og Solor', interessant ook hierdoor, dat hier, voor zoover van Lofoten sprake is,--Solor ligt in het binnenland--de bewoners der eilanden hun eerste intrede in de letterkunde doen. In zooverre is Schultze een voorganger van Jonas Lie.

Tot de bovengenoemde groep van vertellingen behooren ook Bjornson s boerennovellen. Maar zij nemen een bijzondere plaats in.

Bjornstjerne Bjornson is in 1832 geboren als zoon van een dorpspredikant. Vroeg toonde hij neiging en gaven, om aanvoerder te zijn, en zijn vader, die dit bemerkte, zond hem vroeg naar Kristiania, waar hij een tijd lang Heltberg s "studentenfabriek" bezocht--zie hierover meer in Hoofdstuk IV--en in 1852 student werd. Reeds te voren had hij een--onrijp--tooneelstuk geschreven; sedert 1854 schrijft hij regelmatig in dagbladen en maakt veel beweging in de hoofdstad, in 1856 bezoekt hij een studentencongres in Upsala, waar het nieuwe Skandinavisme werd beklonken, en onder de invloed van de opwinding dier dagen komen zijn eerste blijvende litteraire producten voor de dag. Het een is 'Mellem Slagene', dat in een ander verband besproken wordt; het andere is 'Synnove Solbakken', de eerste zijner boerenvertellingen.

Men kan zeggen, dat Bjornson s novellen een periode openen, en dat zij er een sluiten, al naar gelang van het gezichtspunt, waaruit men ze beziet. Nieuw is, dat het boerenleven de stof wordt van een vertelling, die in de eerste plaats een kunstwerk wil zijn. Let men op de voorgangers, dan is het standpunt bij allen eenigszins anders. De sprookjes van Asbjornsen en Moe zijn rijk aan poezie, maar toch niet in de eerste plaats voorwerpen van kunst, en bovendien, zij stammen direct van het volk, zij handelen niet over het volk. Het werk van Ostgaard was meer materiaal dan vertelling. Andere werken waren geschreven door menschen met al te weinig kennis van hun onderwerp. Bjornson vereenigde een zekere kennis van het boerenleven met dichterlijke gaven en groot vuur voor de zaak, die hij beschrijft. En zo komen er voor het eerst kleine romans tot stand over het boerenleven. En romans, waarin veel uitdrukking vond, wat in de tijd leefde, en die daarom zeer grooten opgang maakten.

Maar deze vertellingen sluiten een periode, in zooverre als de zwakke zijde van de volksromantiek, de boerenvergoding, hier tot een uiterste gedreven is, waar men niet mee voort kon gaan, zonder in het ridicule te vervallen. Deze boeken geven dan ook het sein tot de reactie. Deze komt met Vinje s kritiek op Bjornson s volgende vertelling 'Arne', die later zal besproken worden. De kritiek komt van een man, die zelf van boerenafkomst was, die de boeren beter kende dan Bjornson, en die de schrijver verwijt, dat zijn figuren geen boeren maar verkleede stadsmenschen zijn, en wel stadsmenschen van een bepaald type, droomers met sterk werkende traanklieren. Zoo beteekenen Bjornson en zijn criticus te zamen een nieuw stadium in de boerennovelle. Sedert Bjornson mag zij niet meer zonder fantasie geschreven worden; sedert Vinje moet het portret nader bij de werkelijkheid staan.

De invloed van Landstad s verzameling toont zich het duidelijkst in twee jeugdwerken van Ibsen, 'Gildet paa Solhoug' (Het Feest te Solhoug, 1855) en 'Olaf Liljekrans' (1856). Deze twee stukken representeeren een eigenaardig stadium in de ontwikkeling van de grooten dichter.

Henrik Ibsen is 20 Maart 1828 te Skien geboren als zoon van een welvarend koopman. Toen Henrik 7 jaar oud was, leed de vader verliezen, en de knaap leerde nu na de welstand ook de armoede en de daarmee gepaard gaande vernedering kennen. Op jeugdigen leeftijd werd hij te Grimstad in een apotheek neergezet, om daar zijn brood te verdienen. In de nachtelijke uren las hij Latijn, om zich voor het studenten-examen te bekwamen; in de uren, die hij daarvan nog wist over te houden, dichtte hij. Zoo is zijn eerste drama 'Catilina' ontstaan in de winter 1848- 49 (uitgegeven 1850). In 1850 reisde de jonge dichter naar Kristiania, bezocht de studentenfabriek, schreef een kort tooneelstuk 'Kaempehoien' van niet zeer groote betekenis, en legde het examen af, dat het eerste doel van zijn oponthoud in de hoofdstad was geweest. In 1851 kreeg hij een aanstelling aan het in 1850 geopende nationale theater te Bergen, met de speciale instructie, voor het theater stukken te schrijven, en nu volgen snel op elkander 'Sankthansnatten, Fru Inger til Ostraat, Gildet paa Solhoug' en 'Olaf Liljekrans'. Het eerste van deze werken is van geen zelfstandige betekenis; het tweede behoort tot een ander genre; over de beide laatste zal hier iets gezegd worden.

Toen Ibsen 'Gildet paa Solhoug' schreef, waren zijne oogen reeds opengegaan voor de betekenis, die de sagaliteratuur voor de nieuwe letterkunde kon hebben, maar het verschijnen der volksliederen leidde zijne gedachten in een andere richting. 'Gildet paa Solhoug' zou, wat de stof betreft, tot de historiseerende richting kunnen worden gerekend; de tijd der handeling wordt ook aangegeven (14e eeuw), en door het hoofdmotief van het stuk, dat inhoudt, hoe een vrouw in een haar onwaardig huwelijk versmacht en eindigt met tot misdaad haar toevlucht te nemen, om uit dat huwelijk verlost te worden, is het stuk een voorstudie voor 'Hermaendene paa Helgeland', dat geheel onder de invloed der sagaliteratuur staat. Maar de geest van het stuk is die der volkspoezie. Lyrische ontboezemingen zijn aan de orde, volksliederen worden aanhoudend geciteerd, de stijl is bloemrijk en gevoelig. Voor 'Olaf Liljekrans' bestaan verschillende voorstudien. Voor een van deze, en wel diegene, welke aan het latere werk direct ten grond ligt ('Rypen i Jostedal', een fragment), is de stof ontleend aan de verzameling volkssagen van Faye, die hierboven genoemd werd. Wij hebben hier dus een stof, die met Asbjornsen s vertellingen punten van aanraking heeft. Maar ook hier is de oorspronkelijke stof geheel door het volkslied overwoekerd. De gedichten worden niet slechts geciteerd; er worden ook motieven aan ontleend, en de dichter gaat hier zo ver, dat hij de hoofdpersoon, wiens naam en wiens lot ten deele ook uit een volkslied stamt, in een lyrische stemming stukken uit dat lied laat citeeren, als om te bewijzen, welk lot hem wacht. De verbinding tusschen de inhoud der verschillende liederen wordt teweeggebracht door overgangsleden van eigen vinding. Hierbij is o.a. het reeds genoemde stuk 'Sankthansnatten', dat zelf niet op volksliederen berust, gebruikt.

Het denkbeeld, om op grond van volksliederen lyrische drama s samen te stellen, is niet het eerst in Ibsen opgekomen. Hierin had hij een voorganger in de Deenschen dichter Henrik Hertz, die in dit genre opgang gemaakt had, met name in zijn drama 'Svend Dyrings Hus'. Wanneer men echter op dien grond wel gemeend heeft, dat Ibsen het werk van Hertz nagevolgd heeft, dan berust dat oordeel op een zeer oppervlakkige kennisname, en met recht heeft de dichter in de voorrede bij een latere uitgave zich tegen zulk een uitspraak verzet. De originaliteit van 'Olaf Liljekrans' is duidelijk voor ieder, die het stuk ernstig bestudeert, en een ernstige studie is het overwaard, o.a. omdat het een overgangsstuk is. Het toont, dat de dichter bezig is, een krachtige ontwikkeling door te maken, dat de macht van consequentie en menschenschildering, die het onpersoonlijke der volkslyriek breken zal, reeds aanwezig is. En zo gaat hij hier reeds op vele plaatsen boven zijn programma uit. Maar de dichter is zich deze komende breuk nog niet bewust; het enthousiasme voor het volkslied beheerscht nog zijn kunsttheorie. Hij gaat zelfs zo ver, dat hij tegen zijn gewoonte in een aesthetische verhandeling schrijft, waarin hij het nieuwe genre voor de kunstvorm der toekomst proclameert. Deze verhandeling--later uitgegeven in het tiende deel zijner 'Samlede Vaerker'--verscheen na de beide tooneelstukken en beteekent tevens voor Ibsen het slot. Reeds in het volgende jaar (1857) verscheen 'Hermaendene', dat een nieuwe periode in Ibsen s productie opent. Intusschen had ook de kritiek zich tegen het lyrische drama gekeerd. In 1857 schreef een student, Olav Skavlan, onder de pseudonym Jokum Pjurre, een comedie 'Gildet paa Maerrahoug', waarvan reeds de titel toont, dat het vooral tegen Ibsen s drama gemunt is ('maer' beteekent merrie).

Wat vooral aan de beide stukken van Ibsen nu nog waarde geeft, zijn de eigenschappen, waardoor zij boven het lyrisch drama uitgaan, de gloed, waarmee zij geschreven zijn, het meesterschap over de taal--groote stukken van 'Olaf Liljekrans', waar de individueele lyriek de volkslyriek doorbreekt, behooren tot de innigste verzen, die Ibsen geschreven heeft--, en het begin van psychologische karakterstudie. Maar ook in de dramatische techniek toont zich hier en daar reeds de meester, die later de anderen zo ver achter zich zou laten. Zoo wekt de beurtzang, waarmee het stuk opent, tusschen de beide koren van bruiloftsgasten, die door zo verschillende gevoelens bezield zijn, reeds aanstonds, nog voor men weet, van welk conflict men getuige zal zijn, een spanning, die doet denken aan de beurtzang tusschen jubelende bacchanten en gemartelde Christenen in 'Kejser og Galilaeer'.

FOOTNOTES:

[Footnote 4: Vertalingen van werken der Duitsche romantische school komen reeds vroeger voor, bij voorbeeld van Novalis Heinrich von Ofterdingen door Joh. Storm Munch (1820), en ook Deensche romantici werden gelezen (zie Jaegers Lit. hist. II, p. 10), maar een daarvan uitgaande invloed op de eigen literatuur laat zich nog niet waarnemen.]

[Footnote 5: De eenige voorganger van Asbjornsen en Moe was de predikant Faye, die in 1833 een verzameling 'Norske Folkesagn' uitgaf, tamelijk rijk van inhoud, maar in een refereerenden stijl, die het karakteristieke niet deed uitkomen.]

[Footnote 6: Een voortzetting door Asbjornsen met bijdragen uit opteekeningen van Moe zag in 1871 het licht (2e uitg. 1876).]

[Footnote 7: Het woord 'huldreeventyr' is een maaksel van Asbjornsen en eigenlijk niet juist. Sprookjes zijn product van poetische fantasie, 'huldre' behooren tot het gebied van het geloof. De eigenlijke benaming voor zulke vertellingen is 'huldresagn'.]

[Footnote 8: In 1840 had J. Moe reeds een kleine verzameling 'Sange, Folkeviser of Stev' (d.i. refreinen) uitgegeven.]

[Footnote 9: Zie echter het literatuuroverzicht.]

[Footnote 10: Dit is de benaming voor de litteraire polemiek, waarvan 'Norges Daemring' een deel uitmaakt.]

[Footnote 11: Men vergelijke ook de overeenstemming zoowel in gedachte als in uitdrukking tusschen 'Protesilaos' (Welhaven, Digtverker II, 219): "Hvo der gaaer foran i en Alvorsdyst, han sejrer ei, han kaemper kun og falder" en 'Brand' (Ibsen, Saml. Vaerker III, 231): "Men hver, som gaar i forste raekke, maa falde for sin fagre sag."]

[Footnote 12: "Wanneer zij, los van verlangens en wilde begeerte bevrijd vliegt naar de geesteswoning der herinnering."]

[Footnote 13: "Iedere vreugde moet omgetooverd worden tot een gemis, waaraan de ziel bescherming geeft; de herinnering slechts bereidt een geluk, dat het eigendom der ziel is."]



2. 'De historiseerende Romantiek'.

In de romantiek vertoont zich naast de neiging tot het populaire, die in zooverre ook een historisch element bevat, als men in het volk de drager eener historische traditie ziet, ook een voorliefde voor de historie in meer eigenlijken zin, die hierin bestaat, dat men aan historische persoonlijkheden zijn aandacht schenkt. In Denemarken treden beide richtingen in het begin der eeuw op; dezelfde dichter, die meer dan allen de volksoverlevering cultiveerde, Ohlenschlaeger, heeft ook tal van historische drama s geschreven. Ook in Noorwegen ligt er geen groote afstand tusschen de een en de andere groep van verschijnselen, maar de bloeitijd is niet geheel dezelfde, en het geheel valt later dan in Denemarken. In 1830 schreef H.A. Bjerregaard[14] een historisch drama 'Magnus Barfods Sonner' (De zonen van M.B.), en reeds vroeger had dezelfde dichter in lyrische en vertellende gedichten een nationalen toon aangeslagen. Deze gewrochten behooren tot de periode van de nationalen bombast; verdere betekenis hebben zij niet. Alleen verdient zijn gedicht 'Sonner af Norge' van 1820 genoemd te worden, dat het nationale lied van het land geweest is, tot het door Bjornson s 'Ja, vi elsker dette Landet' werd vervangen.

In de periode, die daarop volgde, is A. Munch (geb. 1811) de vruchtbaarste schrijver geweest. Hij heeft gedichten, vertellingen en drama s geschreven. Zijn eerste verzameling is van 1836, zijn laatste omvangrijke werk van 1880. Zijn bloeitijd valt in de periode van 1850-1864. Van de meesten zijner tijdgenooten onderscheidt hij zich, doordat zijn horizont ruimer is. Hij heeft historische studien gemaakt; hij heeft gereisd. Zijn onderwerpen ontleent hij niet zelden aan de geschiedenis, en daarbij gaat hij ook buiten het eigen land. En hij waagt zich bij herhaling aan het drama. Hij heeft een gemakkelijken stijl en een gemakkelijke versificatie. Maar hij mist origineele gedachten en psychologische diepte, en hij werkt volgens recepten. De romantiek vindt, dat een held uit de oudheid mooi is;--een liefdesgeschiedenis met wraak is ook mooi; onze dichter meent nu, dat een verbinding van die twee dingen dus de dubbele hoeveelheid schoonheid moet bezitten. Zoo schrijft hij dan in 1837 zijn eerste drama 'Kong Sverres Ungdom' (De Jeugd van Koning Sverre), waarvan de inhoud deze is, dat de koning, die een meisje in de steek gelaten heeft, door haar op listige wijze tot wanhoop wordt gebracht, wanneer zij door een intrigue weet te bewerken, dat zij voor zijne oogen vermoord wordt. Een historischen achtergrond heeft dit avontuur niet, en in het bekende karakter van koning Sverre is ook niets, dat aanleiding geeft, om hem zo n afgrijselijke meisjesgeschiedenis toe te dichten; het avontuur kon dan ook even goed met Andreas Munch gebeurd zijn als met koning Sverre. Maar door dezen historischen naam krijgt de sentimenteele fabel een historisch tintje. Het is slechts uit de litteraire armoede van de tijd te verklaren, dat Munch een tiental jaren over de Noorschen parnassus een soort heerschappij oefende. In meer dan een genre had hij volstrekt niemand naast zich. Munch is echter oud geworden en heeft het ongeluk gehad, zijn roem te overleven, ofschoon hij tot het laatst is doorgegaan, het een boek na het andere uit te geven. Hij stierf in 1884 op 73-jarigen leeftijd.

De jongere generatie liet Munch niet met rust. Reeds zijn aan de Engelsche geschiedenis ontleende tragedie 'William Russel' (1857) werd, ofschoon het publiek verrukt was, door de kritiek met zeer gemengde gevoelens ontvangen. Ibsen prees het stuk in een uitvoerige bespreking (Saml. Vaerker X, 381), maar de later beroemde historicus Ernst Sars, toen jong student, was van een ander oordeel, en dat oordeel is merkwaardigerwijze ook door Ibsen vereeuwigd in 'Kaerlighedens Komedie', waar hij een bekrompen dame, Froken Skaere, haar verontwaardiging laat uiten over een student, die zo laag, zo onbeschoft, zo gemeen was, om zelfs 'William Russel' te critiseeren. Het stuk wordt hier dus voorgesteld als de norm van het schoone bij een geslacht van geestelijke plebejers.

Nog grooter tegenspoed had Munch met de tragedie 'Hertug Skule', die in 1864 het licht zag. Want het ongeluk wilde, dat kort te voren Ibsen s 'Kongsemnerne' was verschenen, waarin dezelfde Skule de held was. De vergelijking was doodend;--hiermee had het aanvoerderschap van Munch in de Noorweegsche letterkunde een einde.

Het historisch drama is dus in Noorwegen ouder dan de volksromantiek in al haar schakeeringen. Wanneer het toch zijn hoogtepunt later bereikt dan deze, dan is de oorzaak, dat het een latere plaats inneemt in de ontwikkeling van de dichter, in wien zoowel het lyrisch als het historisch drama culmineeren. Onder zijn handen krijgt het historisch drama stijl en wordt het tot een psychologisch drama.

Stijl ontleenen deze stukken aan Ibsen s studie van de sagaliteratuur. Ook voorgangers hadden stoffen aan de saga s (dat zijn oud-IJslandsche vertellingen, deels van historischen inhoud) ontleend. Zoo stamt bij voorbeeld de stof voor Munch s 'En Aften paa Giske' uit Snorris Olafs saga helga[15]. Maar het was Munch alleen te doen om de fabel en om de nationale namen; de wijze, waarop de personen met elkander spreken, is die van de eigen tijd. Ibsen heeft de stijl der saga bestudeerd en zijn eigen stijl er naar gevormd. Het korte, het karakteristieke, het persoonlijke staat op de voorgrond. De replieken vallen zoo, dat niets meer en niets minder gezegd wordt dan dat, wat voor de situatie en met het oog op het karakter der personen van betekenis is. De weekheid der voorgaande periode verdwijnt; in de plaats daarvan treedt een kernachtige uitdrukking, zo rijk aan inhoud, als zij kort van vorm is.

Wanneer men de sagastijl laat gelden als het kenmerk van Ibsen s romantisch-historische drama s, dan behooren twee drama s, wier stof insgelijks aan de geschiedenis ontleend is, daartoe niet of in minder mate. 'Catilina' valt geheel buiten het kader; het is de eerste uiting van de onafhankelijken dichtergeest bij een jong man, die nog geen tijd gehad heeft, om een richting te kiezen. De keuze der stof is hier het gevolg van de omstandigheid, dat hij voor het examen Sallustius las; het jonge genie wist uit die examenopgave nog een stuk poezie te halen. Uiteraard is het stuk in hoofdzaak lyrisch, maar ook de lyriek is niet die van de romantiek, maar van de jeugdigen oproerling. Bij alle gebrek aan rijpte heeft dit stuk een wonderlijke bekoring behouden.

'Fru Inger til Ostraat' (geschreven 1854, uitgegeven 1857) staat korter bij de volgende stukken. Maar de stijl is nog niet zo gevormd, en de ontwikkeling der karakters en gebeurtenissen is nog niet zo natuurlijk en consequent. Door de opeenhooping van verschrikkelijkheden krijgt men de indruk, dat de dichter onder de invloed van het--insgelijks romantische--gruweldrama geweest is. Vergissingen en domheden spelen bij de ontknooping een grootere rol, dan de dichter hun later zou gunnen. Maar kleur van tijd en plaats zijn aanwezig, en de karakters zijn scherp geteekend. Het nieuwe drama is in aanmarsch.

De twee duidelijkste vertegenwoordigers van het genre zijn 'Hermaendene paa Helgeland' (1857) en 'Kongsemnerne' (1864). Van deze beteekent het tweede het hoogtepunt. Vele jaren later heeft Ibsen nog een historisch drama geschreven, maar dit behoort niet meer geheel in de hier bedoelden zin tot de romantiek, en het neemt door zijn wereldhistorische en diep-menschelijke betekenis een aparte plaats in Ibsen s productie in.

De stof voor 'Hermaendene' en 'Kongsemnerne' is aan de Noorsche oudheid ontleend. In een enkel opzicht vormt 'Hermaendene' nog een overgang van het lyrische drama naar het historische. Het conflict van het stuk stamt niet uit de geschiedenis, maar uit de romantische literatuur der middeleeuwen; het is de fabel van Brynhild in haar verhouding tot de man, dien zij heeft, en de man, voor wien zij bestemd was, zooals de 'Volsungasaga' die meedeelt, welke hier met grootendeels andere namen wordt opgedischt. De 'Volsungasaga' behoort niet tot de beste saga s, vooral stilistisch is veel op haar aan te merken, maar zij gebruikt stof uit de Edda, en zo gaat 'Hermaendene' in laatste instantie terug op een stof, die in de oudheid lyrisch en episch bezongen is in gedichten, die met de latere volkspoezie punten van aanraking hebben. Het conflict is ook van gelijken aard als dat, dat reeds in het lyrische drama 'Gildet paa Solhoug' behandeld was. Wanneer desniettegenstaande 'Hermaendene' met recht tot een ander genre geteld wordt dan 'Gildet paa Solhoug', dan is de oorzaak geheel gelegen in de wijze van behandeling, in de stijl. Maar de stijl is dan ook niet die der 'Volsungasaga', maar die der historische saga, met wier studie de dichter zich in de tusschentijd had beziggehouden. De heldin en de helden zijn gevormd naar het voorbeeld der IJslandsche familiesaga s, der 'Egilssaga', der 'Njalssaga',--en hier is de stijl een andere dan in de 'Volsungasaga'. Men kan dus met recht zeggen, dat in 'Hermaendene' de familiesaga in dramatischen vorm herleeft. De namen Sigurd en Gunnar stammen uit de 'Volsungasaga', maar Gunnar gelijkt meer op een anderen Gunnar, die in de 'Njalssaga' voorkomt, dan op de zwakkeling, die, wanneer men op het schema der vertelling afgaat, zijn voorbeeld is.

En dan toont de dichter hier voor het eerst de ijzeren consequentie, waarmee hij de geschiedenis ten einde voert. Interessant is ook uit dit gezichtspunt een vergelijking van het slot van 'Gildet paa Solhoug' met het slot van 'Hermaendene'. In het lyrisch drama, dat door stemmingen beheerscht wordt, is de oplossing nog in de alledaagschen zin bevredigend. De eenige man, die het leven verliest, is de nietswaardige Bengt; de ongelukkige vrouw zoekt vrede in een klooster; de onbedorven jeugd, die in de strijd is meegesleept, ontkomt aan de gevolgen en wint het geluk. In 'Hermaendene' is de hartstocht een stormwind, die alles wegvaagt, vriend en vijand, en ook voor de geteisterde vrouw is de dood de eenige uitweg. Naast een vierjarig kind blijft van iedere partij een man in leven; deze sluiten vrede en zoeken te zamen nieuwe avonturen op.

Op geheel andere wijze is 'Kongsemnerne' (De Kroonpretendenten) een historisch drama. Hier zijn zoowel de stof als het coloriet aan de geschiedenis ontleend. En het zijn niet de psychologisch interessante, maar historisch onbeteekenende familietwisten, die de inhoud vormen, maar gebeurtenissen, die voor het wel en wee van Noorwegen gedurende langen tijd beslissend geweest zijn. Althans in de oogen van Ibsen. Want hij maakt de hoofdpersonen tot dragers van een gedachte. Het is, van die zijde gezien, de eenheid van Noorwegen, waarover 'Kongsemnerne' handelt. Tot nu toe stond het een landschap tegenover het andere, en de geschiedenis van het land bestond uit een aaneenschakeling van twisten tusschen gewesten; koning Hakon is geroepen, daaraan een einde te maken en de Noorweegsche stammen te vereenigen tot opbouwenden arbeid. Harald Harfagri had Noorwegen tot een 'rijk' gemaakt; nu moet het een 'volk' worden. Skule representeert de ouden tijd, Hakon de nieuwen. Maar als Hakon deze gedachte heeft uitgesproken, wordt Skule daardoor als bezeten; hij wil het nu zijn, die haar realiseert. Doch niet hij is daartoe geroepen; men kan niet de gedachte van een ander tot de zijne maken; voor Skule blijft na een vergeefschen opstand niet anders over, dan te sterven voor de groote koningsgedachte, waarvoor het hem niet gegeven is, te leven.

Hier is een perspectief, hier is een horizont, ruimer dan de Noorweegsche letterkunde nog gezien had. Hoe komt de dichter aan dit perspectief? Doordat hij de oudheid ziet in het licht van zijn eigen tijd. Niet, dat hij gedachten, die in zijn tijd leefden, zonder meer naar de oudheid overbracht, maar met behulp van het heden tracht hij door een analogiebesluit het verleden te verstaan. Het Skandinavisme was opgekomen; het bevatte een nieuwe gedachte van eenheid. De dagen, die kwamen, zouden de Skandinaviers tot broeders maken, gelijk Hakon Hakonsson Noorwegen tot een volk had gemaakt. Die gedachte was toen zo nieuw als de andere thans, en thans kon men de ongeloovigen op de dagen van Hakon wijzen, gelijk Hakon Skule wijst op de dagen van Harald Harfagri. Het nieuwe broederschap was in feestelijke samenkomsten beklonken. Reeds naderde de dag, waarop het op de proef zou worden gesteld, Pruisen maakte zich gereed, om Denemarken te overweldigen. Welke houding zou Noorwegen aannemen? Ibsen verwacht, dat de daden, die op de woorden moeten volgen, niet zullen uitblijven. Zijn oproep: 'Vaagner' (wordt wakker), 'Skandinaver'! getuigt er van.

En toch, niettegenstaande dit idealisme is niet Hakon, maar Skule de interessantste figuur van het drama. Want 'Kongsemnerne' is niet alleen een tijdgedicht--het is ook een psychologisch-philosophisch gedicht. Skule is de twijfelaar en als zoodanig een beeld van een zijde van de dichter. Skule gevoelt een roeping, en tegelijk twijfelt hij aan zijne roeping; in de strijd met dien twijfel gaat hij ten gronde. Waar is zijn schuld? De dichter plaatst een vraagteeken. Koning Hakon houdt over hem de lijkrede: Skule was Gods stiefkind op aarde . Dat wil wel zeggen, dat God geen rekenschap van zijn daden geeft, en zo doet het denken aan de harde leer van de pottenbakker, die vaten tot oneer noodig heeft. Daardoor is Skule een voorlooper van Keizer Juliaan, de grooten twijfelaar, die uitverkoren schijnt te zijn, om door zijn tegenstand het Christendom te prikkelen en tot overwinning te brengen, en zelf daarbij onder te gaan.

Een tijdvak van negen jaren scheidt 'Kongsemnerne' van het geweldigste van Ibsen s historische drama s: 'Kejser og Galilaeer'. De romantische droomen lagen achter de rug; de dichter heeft reeds met zijn volk afgerekend; hij is gereed, om uit de vreemde, waar hij zich ophoudt, de reeks moderne drama s ('nutidsdramer') te openen, die aan de letterkunde van een nieuw tijdvak haar karakter zal geven, als hij inhoudt[16], om nog eenmaal zich in een historisch onderwerp te verdiepen en figuren uit de oudheid in een dramatisch werk tot ons te laten spreken. Maar ditmaal geldt het niet Noorwegen, maar de menschheid, en de strijd is niet die van een hertog tegen een koning, maar van een keizer over het machtigste wereldrijk tegen zijn bestemming. Er bestaat ongetwijfeld een nauwe verwantschap tusschen hertog Skule en keizer Juliaan. Maar Juliaan is de meest tragische figuur. Want bij hem nog meer dan bij Skule wordt de lezer tot de overtuiging gedreven, dat hij voorbestemd is geweest, om te dwalen. Juliaan heeft een roeping. Van de beginne af komen stemmen tot hem, die hem zeggen, dat hij het rijk moet bevestigen. Maar welk rijk dat is, weet hij niet. Hij zoekt het bij de God der Christenen, maar het gaat hem als Kain; zijn offer wordt niet aangenomen. Hij zoekt dan bevrediging in de scholen der wijsheid, maar hij ontvangt steenen voor brood. In de mystiek echter hoopt hij licht te vinden. Daar leeft de verwachting van een derde rijk, waarin de tegenstelling tusschen de idealen der oude wereld en van het Christendom zal zijn opgeheven, en waar een nieuwe Messias heerschen zal. De mysticus Maximus ziet in hem dien verwachten Messias. De Christenen van hunne zijde vestigen hun hoop op Juliaan en verlangen, dat hij hun Godsrijk ter overwinning zal voeren. Juliaan wordt door twijfel heen en weer geslingerd. Maar in de ure des gevaars, als zijn leven afhangt van een snel besluit, is hij gedwongen de teerling te werpen. Om zijn leven te redden, moet hij zich tot keizer laten uitroepen, moet hij het verbond breken met de Galileer, die hem verbiedt, tegen zijn vorst op te staan. Er is hier een tegenspraak in zijn leven. Om de eisch, dien de Galileer aan hem persoonlijk stelt, te kunnen vervullen, moet hij leven, moet hij keizer zijn; om te leven en keizer te zijn, moet hij tegen de Galileer opstaan. Zoo bindt Juliaan dan te gelijk met de strijd tegen de wettigen keizer ook dien tegen de Galileer aan. In naam herstelt hij het heidendom; inderdaad wil hij het derde rijk stichten. Maar juist deze strijd is het, waardoor hij het Christendom tot de overwinning voert. Voor dien tijd heerschte het Christendom in het uitwendige; het was een wereldsche macht, maar ook alleen een wereldsche. Het verkeerde in een toestand van zedelijk verval zonder weerga. Nauwelijks echter begint de vervolging, of het heft zich uit zijn toestand van vernedering op tot een nieuwe zedelijke hoogte, en Juliaan wordt het instrument, waardoor dit doel bereikt wordt. Hij verliest de strijd tegen de Galileer, maar zijn roeping heeft hij vervuld; het rijk, d.w.z. het Godsrijk van het Christendom heeft hij bevestigd. Hij is een vat tot oneer geweest, door de pottenbakker daartoe bestemd. Daarom zegt de mysticus Maximus in de slotscene tot Basileus van Caesaraea: "Jullie God is een verkwistende God; hij verbruikt vele zielen." Alleen Makrina spreekt een zwak woord van hoop op vertroosting uit: "Verdwaalde menschenziel,--'moest' je dwalen, dan zal het je zeker ten goede gerekend worden op dien grooten dag, wanneer de geweldige op de wolken komt, om het oordeel uit te spreken over de levende dooden en de doode levenden!"

Deze voorstelling van de betekenis van de roeping, waarop het groote drama in hoofdzaak is opgebouwd, is een band, die 'Kejser og Galilaeer' direct aan 'Kongsemnerne' bindt. De voorstelling van de roeping is niet geheel dezelfde gebleven. Men kan zien, dat het een probleem is geweest, waarin de dichter zich jaren lang bij herhaling verdiept heeft. In 'Kongsemnerne' is het begrip toch meer met Hakon verbonden dan met Skule. Het is schoon, een roeping te hebben; Skule, die haar niet heeft, wenscht die van Hakon te stelen. Wie ze heeft, dien vervult zij met blijdschap. In de tusschenliggende stukken wordt het woord niet genoemd, maar het begrip is toch aanwezig. In 'Brand' treedt de roeping op als een eisch, die verschrikken kan. In 'Peer Gynt' is sprake van twee wijzen, waarop een ziel zich kan photographeeren, positief en negatief; in beide gevallen is het beeld aanwezig. Maar er wordt ook gesproken van een mogelijkheid, dat een ziel zich uitwischt. Dat wil dan wel zeggen, dat zij haar roeping verzaakt. In 'Kejser og Galilaeer' blijven alleen de twee eerste mogelijkheden over. Onttrekken kan de geroepene zich niet. Dat hij zijn roeping vervult, is een noodzakelijkheid; onzeker is alleen, hoe hij het doen zal, vrijwillig of gedwongen. Voor het resultaat is dit hetzelfde, want de gang der historie laat zich niet dwingen; voor de persoon zelf echter is dit een vraag van leven of ondergang. En zelfs hier kan het gebeuren dat hij geen keus heeft; hij kan geroepen zijn, om de booze handeling te doen, waaruit het goede voortkomt. De roeping krijgt zoodoende het karakter van noodlot, en zo wordt zij vastgemaakt aan de leer der uitverkiezing in haar wreedsten vorm. Daarom is Juliaan, evenals Kain en Judas, een martelaar voor de ontwikkeling, en daarom zegt Maximus, dat wanneer de menschelijke geest zijn erfdeel weer in bezit zal hebben genomen, voor deze drie martelaars een zoenoffer zal worden aangestoken.

Zoo ziet een philosophisch extract uit 'Kejser og Galilaeer' er uit. Het stuk zelf is heel iets anders. Het is een beeld van de geweldigsten kamp, die misschien in de oudheid is uitgestreden, een kamp tusschen levende menschen, levende scharen, gedreven door een machtig fanatisme. Jaren van studie heeft de dichter noodig gehad, om de oude maatschappij zo in zich op te nemen, dat hij haar levend reproduceeren kon. Levend--en stervend. Want het is een oude maatschappij, die sterft, een nieuwe, die opkomt, beide gerepresenteerd door tallooze krachten, die op elkander inwerken, en uit wier samenspel de grootsche tragedie van Juliaan s ondergang voor de dag komt. Al die uiteenloopende krachten heeft Ibsen weten bijeen te houden en te laten samenwerken tot de schitterendste effecten die de dramatische literatuur van de wereld kent.

Bij het schrijven van 'Kejser og Galilaeer' had Ibsen meer historisch materiaal, om op te bouwen, dan bij 'Kongsemnerne', en dit kan een der oorzaken zijn, dat men nog sterker werkelijkheidsindrukken krijgt dan bij het oudere drama. Ook was de dichter in de tusschentijd een ander geworden. Zelf laat hij zich in een brief aan Daa van 23 Febr. 1873, kort voor het verschijnen van 'Kejser og Galilaeer', aldus uit: "Overigens is er in het karakter van Juliaan, gelijk in het meeste van wat ik op rijper leeftijd geschreven heb, meer, dat in de geest doorleefd is, dan ik lust heb, het publiek mee te deelen. Maar het is te gelijk geheele, volkomen realistische poezie; ik heb de figuren voor mijn oogen gezien in het licht van de tijd,--en wil hopen, dat de lezers hetzelfde doen." In de zin, waarin de dichter hier het woord opvat, is zijn gedicht zeker realistisch, maar dat geldt ook van de stukken uit zijne romantische periode. In een lateren brief (aan Brandes, 16 Oct. 1873), zegt hij, dat het stuk meer onder de invloed der tijdsomstandigheden geraakt is, dan hij zelf heeft gedacht. Indien het juist is, wat Henrik Jaeger (Norsk Lit. hist. II, 673) vermoedt--en tot op zekere hoogte is het nauwelijks te ontkennen--dat in de teleurstelling van Juliaan, die het derde rijk wilde stichten maar slechts er toe kwam, het tweede rijk te bevestigen, een reflex is van de teleurstelling van de dichter, die in de jaren voor 1870 een nieuwen tijd wachtte en nu zag, dat 1870 niet de tijd van de vrije, sterke persoonlijkheid, maar dien van de geuniformeerden en gedisciplineerden staatsburger had gegrondvest, dan is ook in deze wijze, om de oudheid in het licht van de eigen tijd te zien, een sterke overeenstemming met de wijze, waarop de grondgedachte in 'Kongsemnerne' ontstaat onder de invloed van politieke idealen van de tijd, waarvoor de dichter warm was. Dit laatste van Ibsen s historische drama s is dus door sterkere banden aan vroegere historische drama s verbonden en heeft daarmee meer gemeen dan met de eerstvolgende stukken, die zich met maatschappelijke problemen bezighouden.

Bjornson heeft een heele reeks historische drama s geschreven: 1856 'Mellem Slagene' (Tusschen de Gevechten), 1858 'Halte-Hulda', 1861 'Kong Sverre', 1862 'Sigurd Slembe', 1864 'Maria Stuart i Skotland', 1872 'Sigurd Jorsalfar' (Sigurd de Jeruzalem-reiziger). Bovendien behoort tot de historiseerende romantiek de gedichtencyclus 'Arnljot Gelline' (1870). Afgezien van 'Maria Stuart' vallen al deze werken binnen het kader der Noorweegsche geschiedenis. Een eigenaardig punt van overeenstemming met de ontwikkeling van Ibsen s kunst bestaat hierin, dat de beide eerste stukken tot eigenlijke stof eene--gefingeerde--gebeurtenis uit het private leven hebben, terwijl pas de volgende zich met historische persoonlijkheden bezig houden. In 'Mellem Slagene' treedt wel is waar koning Sverre op, maar slechts als deus ex machina in een rol, die zeker de historischen Sverre slecht zou gepast hebben,--hij moet de vrede stichten tusschen twistende echtelieden; feitelijk handelt het stuk over de gedeeldheid van een man tusschen de plichten over zijn vrouw en over zijn vorst. 'Halte-Hulda' maakt alleen daardoor aanspraak op de titel historisch drama , dat de handeling gezegd wordt, in de 13e eeuw te geschieden. Het conflict is hier van gelijken aard als in 'Hermaendene', en het is hier gelijk daar de invloed der saga-literatuur, die werkzaam is geweest. Neemt men in aanmerking, dat de tijdsafstand tusschen 'Hermaendene' en 'Halte-Hulda' nog geen jaar bedraagt, dan blijkt het wel, hoe op een bepaald oogenblik de saga zich van de geesten had meester gemaakt. Haar te volgen, was de natuurlijke taak van een dichter. Daarna wendt ook Bjornson zich tot het publieke leven, dat--wanneer men een stof uit de oudheid kiest,--natuurlijk geconcentreerd is in de vorsten. Dit is de lijn, die men bij beide dichters kan volgen, van de familiesaga, die minder de stof levert dan wel een wijze van behandeling aangeeft, naar de koningensaga, aan welke nu ook de stof zelf ontleend wordt.

Maar bij deze uiterlijke overeenstemming tusschen de beide dichters blijft het. Overigens is de gelijkenis tusschen de historische drama s van Ibsen en van Bjornson niet groot. Vergelijkt men Bjornson s historische drama s met die van een vroegeren tijd, dan is er wel een groote afstand. Bjornson had levendigheid van geest en een groot lyrisch talent. Hij verstond ook een stuk gemakkelijk in elkaar te zetten; hij had altijd wat op het hart en wist, hoe hij dat zou meedeelen. Ook een dialoog kon hij in gang houden. Maar een eigenlijk dramatisch dichter heeft hij noch in deze periode, noch later getoond te zijn. In Noorwegen wordt dit over het algemeen niet erkend; zijn groote populariteit, die hij aan andere eigenschappen dankt, staat hier aan een onbevangen oordeel in de weg. Om een dramatisch dichter van blijvende betekenis te zijn, miste hij de allereerste eigenschap, namelijk diepere menschenkennis. Hij had kennis van de psychologie der massa; deze wist hij te bewerken en te beheerschen, en op de redenaarstribune waren weinigen tegen hem opgewassen. Maar gecompliceerde karakters verstond hij niet, en daarom vallen zijn figuren zo plat uit. De individualiseering ontbreekt. De hoofdpersoon is in de regel oppervlakkig gekarakteriseerd, de bijpersonen soms heelemaal niet, en zo is het dan dikwijls moeilijk, bij de lectuur deze laatsten van elkander te onderscheiden, en het kan in deze historische drama s gebeuren, dat men tegen het slot in de personenlijst moet nazien, wie de man is, die spreekt. De handelingen dezer personen maken daarom ook dikwijls een willekeurigen indruk; men ziet de noodzakelijkheid niet in. Ik zal mijn oordeel toelichten aan 'Sigurd Slembe', het stuk, dat doorgaat voor het beste van Bjornson s historische drama s. Uitwendig heeft de held eenige gelijkenis met Skule in 'Kongsemnerne'. Als deze tracht hij zich door misdaad een weg te banen tot de troon. Hij heeft ook veel reden, om met zijn lot ontevreden te zijn. Zijn verzoek, om zijn aanspraken, hierin bestaande, dat hij een zoon van een vroegeren koning is, te mogen bewijzen, is beantwoord met een gevangenneming. Wel trachten zijn vrienden de zwakken koning te bewerken, dat hij hem vrijlaat, maar de vijanden zijn hun voor, en ternauwernood ontsnapt Sigurd aan de dood. Nu besluit hij dan, de koning te vermoorden. Van dat besluit is de lezer of toeschouwer geen getuige; men krijgt dus niet precies te weten, wat er in hem is omgegaan, maar in de grond is een toeval--de grootere haast van de vijanden--de oorzaak, dat Sigurd misdadig wordt. In het leven zal zo iets dikwijls voorkomen, maar een psychologisch drama wordt er niet interessanter door, wanneer de hoofdhandeling door een toeval bepaald wordt, en al de rhetorica, die Sigurd besteedt om te vertellen, dat hij zijn hartstocht jaren lang bedwongen heeft, overtuigt ons niet, dat wie zegt, zich zelf zo goed meester te zijn, ook niet had kunnen wachten, tot hij zich met zijn vrienden beraden had, wat nu te doen stond, voor hij sluipmoordenaar werd. Vooral, wanneer wij in aanmerking nemen, dat dezen hem gewaarschuwd hebben, dat zij hem niet verder zullen volgen dan tot de grens van recht en onrecht. Zoo gebeurt dan ook, en Sigurd is terstond onmogelijk geworden. In het volgende bedrijf vinden wij hem nu consequenterwijze als balling onder de Lappen. Maar in het vijfde bedrijf heeft hij weer een groote vloot bij zich, grootendeels uit Denen bestaande. Hoe hij daaraan komt, wordt niet duidelijk, en evenmin, waarom deze helpers hem weer verlaten, voor zij ook maar een pijl verschoten hebben. Dat is ruwe stof uit de historie; wanneer deze echter gebruikt zal worden in een drama, dat niet de twist tusschen Noorsche vorsten en Deensche wikingen behandelt, maar waarvan Sigurd Slembe het eenige middelpunt is, dan verwacht men, dat er tusschen Sigurds misdaad en die vlucht van zijn nieuwe bondgenooten eenig verband zal bestaan. Van zulk een verband blijkt niets, en die vlucht der Denen is hier dus willekeur, al behoort zij ook honderdmaal tot de geschiedenis.

Maar Bjornson is het ook niet te doen om noodzakelijkheid in de ontwikkeling eener handeling. Bjornson is niet een steller van vragen; daartoe weet hij veel te goed, hoe alles wezen moet. Hij is een beantwoorder, of liever een doorhakker van de knoopen. Of Sigurd Slembe anders had 'kunnen' handelen, daaraan besteedt hij niet veel aandacht; het is hem genoeg, dat de man anders had 'moeten' handelen. Hij wil verkondigen, dat wie langs de weg van misdaad een doel tracht te bereiken, dat doel niet bereikt. Dat moet in zijn tooneelstuk uit een exempel blijken. Dat is populaire moraal, en dat wil een schouwburgpubliek gaarne zien.

Er wordt in Bjornson s stukken ontzettend veel geredeneerd, en dikwijls zeer lang. Maar de vele sententies, die verkondigd worden, zijn in de regel de stokpaarden van de dichter, geenszins zulke, die men in de mond van helden der oudheid in de gegeven situatie wachten zou. Soms leest men dingen van grenzenlooze naiveteit. Ook hiervoor zal een voorbeeld uit Sigurd Slembe worden aangehaald. Den avond voor het gevecht, waarin Sigurd de nederlaag lijdt, spreken de hoofdmannen van de tegenpartij er met elkander over, of het nu te wenschen is, dat Sigurd morgen zich dood vecht, of dat hij levend in hun handen valt, in welk geval men hem zal kunnen dood martelen. Van dit onderwerp gaan zij over op de karakteristiek van de man. Een is er van meening, dat Sigurd zulk een aard heeft, dat of alle anderen moeten omkomen, of hij. En deze man eindigt aldus: "Maar dit geloof heb ik gekregen, dat het groote, dat hier slechts stuksgewijze en strijdende geopenbaard werd, hiernamaals vereenigd zal worden tot een heerlijke bedoeling.--Vrienden, ik geloof aan een leven na dit."

Dat "vrienden" vooral is teekenachtig voor de dichter. Het is, alsof men Bjornson onder kameraden een toast op het eeuwige leven hoort uitbrengen.--Om het effect te verhoogen, kijkt Sigurd onder dit gesprek om een hoekje. Als hij hoort, waar de mannen het over hebben, wordt hij bleek als een lijk en trekt zijn hoofd terug. Men kan niet verwonderd zijn, dat hij, de volgenden dag geen overwinning behaalt.

Bjornson heeft, gelijk hij ergens zegt, zijne historische drama s geschreven, om het Noorweegsche volk van een portrettengalerij van voorvaders te voorzien. Deze was, meende hij, noodig, voor er plaats was voor het nutidsdrama , waaraan hij reeds dacht. Hij heeft de belofte, die in deze overweging ligt, gestand gedaan. Wij zullen hem ook in hoofdstuk IV als dramatisch dichter ontmoeten. Maar het genoemde plan is zeer programma-achtig, en daardoor is in de reeks weinig ontwikkeling. Niet ieder stuk is voortgekomen uit een inwendigen drang, die de dichter juist tot 'die' stof voerde. Hij hield er mee op, toen hij vond, dat er genoeg waren.

Te zamen vormen deze stukken echter een belangrijke groep werken in de zo veelzijdige productie van Bjornson.

Meer in overeenstemming met Bjornson s talent is de gedichtencyclus 'Arnljot Gelline'. Ook hiervoor is de stof aan de geschiedenis ontleend. Maar er is niet een drama uit geworden, maar een groep lyrische gedichten. Over Arnljot Gelline vertelt de Olafssaga helga het volgende. Koning Olaf de heilige zond eens boodschappers naar Jemtland, om schatting te eischen. Zij werden slecht ontvangen en gevangen gehouden, maar zij ontvluchtten en kwamen naar een eenzame woning, waar een gevaarlijk roover zich ophield, die, toen hij bemerkte, wie zij waren, hen voorthielp. Hij gaf hun ski, om daarop onder zijn leiding naar de grens van het landschap te vluchten; toen hij daarop bemerkte, dat zij langzaam voortkwamen, zette hij hen achter zich op zijne ski, en hij kwam niet langzamer voort, dan wanneer hij alleen was. Bij het afscheid gaf hij hun een zilveren bord mee, met de opdracht, dat uit zijn naam aan koning Olaf te geven. Die roover was Arnljot Gelline. Dezelfde man treedt ten tweede male in het geschiedverhaal op op de avond voor de slag bij Stiklestad, waarin koning Olaf omkwam. Hij meldt zich aan, om de koning te dienen. Deze vraagt, of hij Christen is. Hij zegt, dat hij wel van Witte-Krist gehoord heeft, maar hij is gewend, op zijn eigen kracht te vertrouwen. Nu echter wil hij op de koning vertrouwen en zich aan hem overgeven. Op wensch van de koning laat hij zich doopen; de volgenden dag is hij een der eersten, die valt.